is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sieoert's onderzoekingen, die een groot Straatsburger materiaal betreft'en, alleen voor die gevallen te gelden, waar de herediteit buiten spel is, zooals trouwens reeds vroeger hier te lande door Dr. H. W. de Monchy werd beweerd. Bij het ontbreken van hereditairen aanleg echter, geeft ook volgens Siegert de borstvoeding een hoogst betrouwbare beschutting tegen rhachitis. Al wordt bij erfeiijken aanleg het ontstaan der Engelsche ziekte niet door de natuurlijke voeding voorkomen en al kunnen zich hierbij zelfs de zwaarste vormen ontwikkelen, toch blijven ernstige voedingsstoornissen bijna steeds uit. Vandaar verloopt de rhachitis bij borstkinderen in het algemeen lichter dan bij tleschkinderen.

Rhachitische kinderen hebben veel minder weerstandsvermogen tegen allerlei ziektemakende invloeden dan gezonde; aandoeningen van het digestie- en van het respiratieapparaat komen bij hen buitengemeen veelvuldig voor en de ziekten der ademhalingswerktuigen volgen in frequentie op die van het spijsverteringsstelsel in de lijst der doodsoorzaken van den zuigeling.

Mag men Flesch gelooven, dan zou de influenza bij borstkinderen zwaarder verloopen dan bij kunstmatig gevoede kinderen, doch dit zou een unicum zijn in de geheele pathologie van den zuigelingsleeftijd.

Sutils, een der Fransche „inspecteurs des enfants du premier Age" geeft de volgende cijfers omtrent morbiditeit der zuigelingen in zijne inspectie gedurende het tijdvak 1890—18%: bij borstkinderen 38 pCt., bij fleschkinderen 54 pCt.

Tevergeefs hebben wij in de literatuur naar andere statistische opgaven over dit onderwerp gezocht. Dergelijke cijfers zouden eigenlijk ook alleen te verkrijgen zijn door de medewerking van intelligente moeders, die nauwkeurig aanteekening hielden van elke kleine afwijking in den gezondheidstoestand harer zuigelingen.