is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeden zuigeling een groot gedeelte van het tekort aan lichaamsgewicht weer ingehaald, zoodat op het einde van het le levensjaar het lichaamsgewicht van den kunstmatig gevoe■den zuigeling niet veel lager is dan van het borstkind, nl. 0624 en 10141 gram.

Het is een zeer belangrijk feit, dat de regelmaat, die het leven van het borstkind kenmerkt, ook uitdrukking vindt in zijne temperatuur.

Uit uitvoerige onderzoekingen van Weill en Tiberius is namelijk gebleken, dat bij gezonde borstkinderen de temperatuur steeds boven de 37° C. is, zonder schommelingen of met schommelingen van hoogstens l/,0 a 7io° verschil tusschen ochtend- en avondtemperatuur. Met deze curve komt de regelmatige gewichtstoeneming overeen, als bewijs van een regelmatige assimilatie.

Bij met koemelk gevoede zuigelingen bedragen de dagelijksche schommelingen 7,„ a 4/,„° C., ook de gewichtscurve vertoont sprongen als bewijs van eene onregelmatige assimilatie. Bij kinderen, die met ezelinnenmelk gevoed worden, vond Tiberius een curve, die het midden houdt tusschen die van natuurlijk en van kunstmatig gevoede kinderen. Krijgt een koemelkkind borstvoeding, dan ziet men het tracé regelmatig worden.

Gewoonlijk is het voldoende, den zuigeling 1 a 2 maal 's weeks te wegen. Men moet dit steeds op denzelfden tijd van den dag doen onder dezelfde omstandigheden, liefst 's morgens na het wasschen of baden en vlak voor de voeding van het kind.

Bij chronische ziekten van het digestie-apparaat moet minstens twee maal 's weeks worden gewogen; bij cholera infantum en andere acute stoornissen zelfs dagelijks. Bij cholera infantum ziet men soms een gewichtsverlies van 200—500 gram daags, 1 ooo—1500 gram 's weeks. Bedraagt de gewichtsafneming in