is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het beloop van 1 a 2 dagen meer dan '/m van het lichaamsgewicht, dan is de prognose infaust.

Durante heeft er op gewezen, dat men soms bij zieke zuigelingen plotseling een toeneming in lichaamsgewicht ziet, zonder verbetering van den algemeenen toestand. Dit zou een signum mali ominis zijn, de dood volgt dan weldra. Soms wordt deze gewichtsvermeerdering verklaard door het optreden van oedemen, maar niet steeds gelukt het, een verklaring te vinden van dit eigenaardige verschijnsel.

Zoowel bij acute als bij chronische digestiestoornissen is het weder optreden van blijvende, aanhoudende toeneming van het lichaamsgewicht het beste criterium voor ingetreden verbetering.

Soms ziet men een gewichtstoeneming van 100 gram per dag en meer; zeer dikwijls komt dit voor gedurende de eerste dagen eener voeding met karnemelk, indien een voorafgaand voedsel faalde; hetzelfde is echter ook waargenomen met bussenmelk en andere kunstmatige voedingspraeparaten.

Aan den anderen kant moet echter worden gezegd, dat trots een aanhoudende, natuurlijk niet zeer ernstige dyspepsie de toeneming in lichaamsgewicht vrij normaal kan zijn. Ook hier mogen wij dus met onze waardeering der feiten niet al

te eenzijdig zyn.

Na afloop van het eerste levensjaar is de gewichtstoeneming veel minder groot; van het 2e tot het 7e jaar bedraagt zij gemiddeld 1.5—2 K.G., van het 8e tot het 12e jaar tusschen 2 en 2.5 K.G. jaarlijks, in de puberteitsperiode 3—4 K.G per jaar.

In het algemeen is op het einde der 5e levensmaand het gewicht twee maal zoo groot als bij de geboorte, op het einde van het le jaar drie maal zoo groot (9 K.G.). Dit laatste gewicht is op het einde van het öe jaar ongeveer vei dubbeld (18 — 20 K.G.) en op het einde van het 13e jaar weer verdubbeld (32—42 K.G.).