is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voedsel mogen worden verstrekt dan met de, voor de maagcapaciteit bepaalde, waarden overeenkomt. Wij kunnen daarom niet meegaan met Czerny en Keli.ee, waar deze beweren, dat de kennis van de maagcapaciteit alleen dan van groot belang is, wanneer de zuigeling met de sonde wordt gevoed en om na te gaan of een maag normale of pathologische afmetingen bezit.

Sommige onderzoekers hebben reeds in de maag van den foetus zoutzuur en pepsine kunnen aantoonen en bij den neonatus duidelijk Beleg- en Hauptzellen kunnen onderscheiden, terwijl anderen dit ontkennen. Hoogstwaarschijnlijk is de opvatting van Mabfan, volgens welke er individueele verschillen bestaan in de ontwikkeling en differentiatie van het klierapparaat van den neonatus, de juiste.

Uit de onderzoekingen van Bloch is gebleken, dat het aantal klieren en zeker dat der kliercellen in de maag van den zuigeling relatief veel geringer is dan bij den volwassene. Dit geldt zoowel voor de Haupt- als voor de Belegzellen. Vandaar dat het maagsap bij den zuigeling veel minder pepsine en zoutzuur bevat dan bij den volwassene. Pawlow's schoone onderzoekingen hebben geleerd, dat van de verschillende voedselsoorten melk het minst de maagsecretie opwekt en slechts weinig maagsap noodig heeft om gedigereerd te worden en zoo blijkt weer opnieuw, dat de bouw van het digestieapparaat van den zuigeling is ingericht op het eenige, hem passende, voedsel: de melk.

Het maagslijmvlies van den zuigeling is in staat tot een rijkelijke slijmproductie; inderdaad zijn er meer slijmklieren doch minder lebklieren dan op lateren leeftijd. "Vrij zoutzuur is bij borstkinderen aan te toonen ll/< tot 2 uur na den maaltijd, bij fleschkinderen echter eerst na 2 tot 2'/s uur, soms in het geheel niet. Waarschijnlijk komt melkzuur onder physiologische omstandigheden bij den zuigeling niet voor. De opgaven omtrent het gehalte aan vrij zoutzuur bij borstkinderen schommelen tusschen 0.13 en 1.8 (bij den volwassene tusschen 1.5 en