is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedeeltelijke verandering in dextrine violet kleurt. (Wegens gevaar voor beschadiging der lens van het mikroskoop zorge men bij dit onderzoek, dat het objectief niet in contact komt met het dekglas). Tevens zij men er op bedacht, dat vaak strooipoeder met de faeces is vermengd. Cellulose wordt blauw gekleurd door een chloorzink-jood-joodkalium-oplossing en men is verbaasd, zegt Raudnitz, welk een massa blauwe stipjes en korreltjes men ziet in de ontlasting van kinderen, die slechts éénmaal daags als bijvoeding farine lactée, griesmeel of beschuit krijgen.

De hoofdmassa der faeces bestaat uit bacteriën. Tot voor korten tijd meende men, dat, in overeenstemming met het beroemde in 1885 gepubliceerde onderzoek van Escherich, in de faeces van den normalen zuigeling slechts twee soorten bacteriën zouden voorkomen, nl. het bacterium coli commune en het bacterium lactis aërogenes. De onderzoekingen van Tissier en Moro brachten echter een geheelen ommekeer in ons weten teweeg.

Volgens Moro zou bij gezonde borstkinderen in hoofdzaak de bacillus acidophilus, die uit de borstklier met het zog in den mond van het kind komt en zich het bost bij zure reactie ontwikkelt, als rest der normale darmilora in de faeces voorkomen. Volgens Tissier's belangrijke onderzoekingen komen na een eerste aseptische periode van een duur van 10—20 uur na de geboorte verschillende bacteriën, hoofdzakelijk van uit den mond, in het darmkanaal (kleine cocci, colibacillus, bacillus bifidus communis en Bienstock's putrificus coli). Tegen den vierden levensdag is de normale darmflora van het borstkind geconstitueerd, bestaande in hoofdzaak uit den streng anaëroben bacillus bifldus en daarnaast bacterium coli, intestinale streptococcen van Hirsch—Libmann en bacterium lactis aërogenes. Bij kunstmatig gevoede zuigelingen is de intestinale flora anders; na een eerste aseptische periode komt de toenemende invasie van mikroürganismen met het voedsel en wanneer de bijna nooit ontbrekende acute of chronische infecties

3