is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan oordeelen, wanneer men gedurende een etmaal de door het kind gedronken hoeveelheid melk controleert, door het kind telkens vóór en na de borst te wegen. Toch kan ook het onderzoek van de mammae en de wijze, waarop het kind zuigt, ons reeds menige nuttige vingerwijzing verstrekken.

Bij een goede borst ziet men op de mamma een rijkelijk ontwikkeld venennet; de borst is warm en zwaar op het gevoel. Volstrekt niet elke vrouw met groote dikke borsten is een goede zoogster; want niet het volume der borst, maar de rijkdom aan klierweefsel is beslissend voor een al dan niet goede functie. Het klierweefsel is hard en knobbelig bij aanvoelen. De slap afhangende zware borsten zijn meestal de beste, de minder afhangende en steviger op de onderlaag bevestigde zijn bijna steeds voor het zoogen minder geschikt, hoewel zij door grooteren rijkdom aan vet gewoonlijk dikker zij dan de eerste (fig. 13). Verder moet de tepel goed promineeren en de melk, bij lichten rythmischen druk, uit 10 a 20 openingen in straaltjes te voorschijn komen, vooral als het kind eerst een paar minuten heeft gedronken; de melk is dan zoogenaamd „toegeschoten." Kan men, nadat het kind veizadigd is, nog gemakkelijk melk uit de borst persen, dan is de secretie zeker ruim. Is er overvloedig melk, dan hoort men den zuigeling tijdens het drinken voortdurend „klokken", terwijl melk in dunne straaltjes langs zijne mondhoeken loopt, bovendien ziet men dan op elke zuigbeweging een slikbeweging volgen, waarbij de melk van den mond naai de maag wordt bevorderd. Bij een geringe hoeveelheid zog komt daarentegen eerst na een reeks van zuigbewegingen een slikbeweging tot stand. Maakt het kind looze zuigbewegingen, speelt het met de borst, huilt het telkens of drukt het de kaakranden zoo sterk op den tepel, dat dit der zoogster pijn veroorzaakt, dan zal meestal de zogsecretie te geiiiig zijn. Men vergete evenwel niet, dat de oorzaak van dit abnormale zuigen ook wel eens bij het kind moet worden gezocht. Zuigelingen met mondaandoeningen bijv. of zwakke piaematuui