is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vrouwenmelk (blz. 57—63) reeds uitvoerig besproken. Daarom kan hier worden volstaan met de volgende korte opmerkingen:

In koemelk ontbreekt het diastatisch ferment, door Béchamp en Moro in vrouwenmelk aangetoond. Volgens Marfan zou hierin de reden zijn gelegen, waarom borstkinderen veel spoediger meel kunnen verdragen dan kunstmatig gevoede zuigelingen. Daarentegen komt in koemelk wel oxydase voor, dat in vrouwenmelk ontbreekt, terwijl in beide melksoorten een proteolytisch en een fibrine-ferment zijn aangetoond. Lipase, het vetsplitsende ferment, werkt in vrouwenmelk veel sterker dan in koemelk. Verder ontbreken in koemelk waarschijnlijk de alexinogene stoffen. Ook haemolytisch werkt het bloedserum van borstkinderen veel sterker dan dat van kunstmatig gevoede zuigelingen.

Von Behring kon in de melk van normale koeien een stof aantoonen, die bactericide werkt ten opzichte van bacillus coli communis.

Op grond van het voorafgaande kunnen wij dus de volgende hoofdverschillen tusschen koe- en vrouwenmelk vaststellen:

1°. Koemelk bevat meer caseïne en zouten, doch minder vet en suiker dan vrouwenmelk.

2°. De verhouding van het albumine tot het caseïne is in koemelk veel ongunstiger dan in vrouwenmelk.

3°. Koemelk-caseïne en vrouwenmelk-caseïne zijn chemisch niet identisch; koemelk-caseïne praecipiteert, althans in vitro, in grovere vlokken dan vrouwenmelk-caseïne.

4°. Het vet der koemelk bezit een andere samenstelling als dat van vrouwenmelk. Buitendien is het vetgehalte der koemelk, vooral met betrekking tot het eiwitgehalte, kleiner dan dat van vrouwenmelk.

5°. De fermenten van koemelk en vrouwenmelk zijn niet identisch; ook ten opzichte van antitoxinen, agglutininen en alexinogene stoffen bestaan verschillen.