is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe men de koemelk ook verdunt, steeds blijft, in vergelijking met vrouwenmelk, een belangrijk deficit aan vet bestaan. Men heeft getracht daarin te voorzien door toevoeging van room, dien men öf zelf van de melk afschept öf uit den handel betrekt. In de groote steden is meestal gepasteuriseerde en gesteriliseerde room in kleine fleschjes te verkrijgen; deze is evenwel niet steeds betrouwbaar. Wij komen op deze aangelegenheid nader, bij het bespreken van de roommengsels volgens Biedert, terug.

Epstein heeft met succes lipanine gebruikt om aan het tekort aan vet tegemoet te komen; Marfan gaf zonder resultaat margarine en ol. amygdalarum dulcium.

Nog even willen wij mededeelen, dat Czerny zich bij de kunstmatige voeding van den zuigeling aan de volgende hoofdregels houdt. Hij begint met een verdunning van 1 melk op 2 water en verhoogt het melkgehalte zeer geleidelijk, onder nauwkeurige controle van het lichaamsgewicht en den algemeenen gezondheidstoestand van het kind, totdat volle melk, welke echter eerst tegen het einde van het le levensjaar wordt verstrekt, is bereikt. Voor Czerny is stilstand of te geringe toeneming van het lichaamsgewicht op zich zelf geen reden tot verstrekking van meer voedsel, want daartoe moeten volgens hein ook de overige „hongersymptomen" (zie blz. 117 en 118) aanwezig zijn. Als men op deze wijze te werk gaat, ziet men, dat de behoefte van den zuigeling aan voedsel niet regelmatig toeneemt, doch sprongsgewijze met langere tusschenruimten. In het algemeen laat Czerny in de -4 uren het vloeistofquantum nooit 1 Liter, het aantal maaltijden nimmer 5 overschrijden. Reeds na het einde der i>e levensmaand laat hij één meelmaaltijd, liefst in den vorm van bouillon met griesmeel, verstrekken.

In de eerste levensmaand moet volgens Czerny het vloeistofquantum per maaltijd steeds minder dan 100 cM8. bedragen, van de 2e tot het einde der Oe maand klimt het tot 2<m> cM3