is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

intoxicatie. Bij zuigelingen met chronische digestiestoornissen vond namelijk Czerny het ammoniakgehalte der urine verhoogd en meende hij dit te moeten verklaren door een zuurintoxicatie van het organisme, veroorzaakt door het gebruik van voedsel met een te groot vetgehalte. Naar alle waarschijnlijkheid is Czerny's hypothese onjuist; althans uit Pfaundler's nauwkeurige onderzoekingen weten wij, dat het ammoniakgehalte der urine van gezonde zuigelingen niet geringer is dan dat van aan chronische digestiestoornissen lijdende.

Keller wil nu ter bestrijding en voorkoming dezer hypothetische zuurintoxicatie een voedsel geven, dat arm is aan vet en tevens een laag eiwit- en een hoog alkaligehalte bezit. De voedingswaarde van koemelk verhoogt hij door het toevoegen van maltose, een suikersoort, die van alle suikersoorten het best wordt geassimileerd, het grootste eiwitsparend vermogen bezit en bij den zieken zuigeling het gemakkelijkst wordt verbrand. Tevens heeft Keller aangetoond, dat bij gelijktijdigen toevoer van koolhydraten en melk, ondanks geringeren toevoer en geringere resorptie van stikstof, toch meer stikstof in het lichaam wordt teruggehouden dan bij voeding met melk alleen.

Na een reeks van proefnemingen kwam Keller tot de volgende bereidingswijze: aan '/3 Liter koemelk wordt onder voortdurend roeren 50 gram fijn tarwemeel toegevoegd en dit mengsel I door een zeef gegoten. Mengsel II wordt bereid, door in een ander pannetje 100 gram moutextract van Löflund (bevattende 57.02 pCt. maltose en 12.41 pCt. dextrine) op te lossen bij 50° C. in -/3 Liter water, waaraan vervolgens 10 cM\ van een 11 pCt.'s carbonas kalicus oplossing worden toegevoegd, waarna het geheel even wordt opgekookt.

Op deze wijze duurt de bereiding van de moutsoep slechts 15 a 20 minuten, dus veel korter dan die van Liebig's soep. Keller's soep onderscheidt zich van die van Liebig in hoofdzaak door de sterke verdunning van de koemelk (1 op 2) en het daardoor lagere eiwitgehalte, verder door het geringere