is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paplepel boter per Liter toe. De toevoeging van boter is echter meestal overbodig. Schlossmann laat room toevoegen, evenwel niet bij zuigelingen, die aan digestiestoornissen lijden. Door sommige Duitsche schrijvers wordt in plaats van tarweof rijstemeel gedextrineerd meel aanbevolen, terwijl Salge aan dyspeptische zuigelingen bij obstipatie een mengsel van gelijke deelen moutsoep en karnemelkspap verstrekt.

Houwing geeft den raad, de karnemelk na het koken zeer langzaam aan de lucht te laten afkoelen, omdat bij snelle afkoeling het caseïne zich hard en grofvlokkig op den bodem der pan afzet. De aldus afgekoelde melk moet in een ijskast worden bewaard. In de praxis pauperum, waar de karnemelk ons juist zulke onschatbare diensten bewijst, is een ijskast echter verre te zoeken. Een der grootste voordeelen van de voeding met karnemelk is evenwel juist hierin gelegen, dat zij vaak, ondanks de meest ongunstige omstandigheden, uitstekende resultaten oplevert. De karnemelk wordt immers in het klein dikwijls bij een vierdenrangs-melkslijter gekocht, de bereiding heeft niet altijd precies volgens voorschrift plaats en ondanks dit alles ziet men de zuigelingen gedijen!

"Wij zijn het met Selter eens, dat het ook mogelijk is, karnemelk zonder meel te koken. Te dien einde moet men de karnemelk, zoodra zij op het vuur komt, beginnen te klutsen, liefst met een houten slalepel of vork en dit, terwijl zij kookt, nog 5 minuten volhouden. Aanbeveling verdient het, hierbij gebruik te maken van een Hink brandend vuur, want hoe eerder de karnemelk kookt, des te beter is het. Het caseïne is dan even fijn verdeeld als in de pegninemelk van von Dungern, terwijl de smaak meer zuur is dan die van met meel bereide karnemelk, weshalve men er ook wat meer suiker aan moet toevoegen. Tijdens het geven van de flesch bezinkt een gedeelte van het caseïne, maar door een paar maal te schudden, verkrijgt men weer een gelijkmatige verdeeling. Bij jonge zuigelingen met een gewicht onder den norm, bij wie wij eenigszins bevreesd waren voor het geven