is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Martène, de geleerde benedictijn, vond ze in den aanvang der achttiende eeuw in de beide laatste kloosters nog in wezen, en meldt dat zich boven deze ..estudcs'1 of „écritoires" de kloosterboekerij bevond. ')

Niet overal echter had men afzonderlijke gebouwen voor dit doel: in de abdij te Villars b.v. werd het auditorium van den prior tevens als scriptorium gebruikt. -) Elders koos men voor hetzelfde doel eenvoudig een afgelegen hoek van het claustrum : en aangezien de armarius als hoofd der schrijfschool en boekenwaarder, nu natuurlijk tevens moest zorgen dat het stil was in het claustrum. wanneer er geschreven werd, kreeg hij in sommige kloosters den titel vanpr/orof pater claustralis.3) Vóór de dertiende eeuw schijnt men nergens aan het oprichten van afzonderlijke scriptoria gedacht te hebben, en daaruit valt het feit te verklaren, dat daaromtrent in geen enkele orderegel bepalingen worden gemaakt. Slechts de Consuetudines veteres van St. Yictor te Parijs schrijven voor, dat er bepaalde plaatsen voor ingericht moeten worden, die binnen het klooster, maar toch afgezonderd van het convent moeten liggen, waar de schrijvers kalm kunnen werken, zonder in hunne bezigheden te worden gestoord4). Niemand mocht er binnentreden dan de abt, de prior, de sub-prior en de armarius, en onder den arbeid moesten z\j het diepste stilzwijgen in acht nemen.

De aankoop van schrijfmaterialen hing, daar ze eigendom van het klooster werden, en de kosten dus uit de kloostcrkas betaald moesten worden, eigenlijk geheel af van den abt of prior. Reeds de H. Benedictus toch had voorgeschreven, dat de kloosterling arm behoort te zijn en boek noch schrijftafel noch griffel in eigendom mag hebben *). Naarmate nu de ijver der scriptoren in den loop destijds

M Voyage liter, de deux Benedictins. Vol. I. p. 221, 102.

2) Historia Monasterii Villariensis, cap. VIII. Du Cange, Glossarium s. v. Scriptorium.

3) De eerste naam komt voor in een catalogus van S. Andre de Villeneuve, bij Avignon, van het jaar 1307 (Gottlieb. No. 415); de tweede in een boekenlijst van 't St. Columbanusklooster te Bobbio in Italië, vervaardigd in het jaar 1461. (Gottlieb. Xo. 531).

*) Appendix ad Martenc, de ant. Eccles. rit. III p. 202. #Loca determinata ad ejusmodi (sc. scribendi) opus seorsum a conventu, tarnen intra claustrum praeparanda sunt, ubi sine perturbatione et strepitu scriptores operi suo quietius intendere possint >

ibi sedentes et operantes silentium diligenter servare debent Nemo ad eos

intrare debet excepto abbate, priore et subpriore et armario.

5) Caput XXXIII: „Si debeant monachi aliquid proprium habere".