is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buiten. In verschillende kloosters toch zag men er geen bezwaar meer in de scriptoren van alle andere bezigheden te ontheffen, enkel en alleen opdat zy zich geheel aan 't afschrijven konden wjjden.')

De vraag, hoeveel tijd men dagelyks aan het afschrijven moest besteden, zal meestal afhankelijk geweest zijn van deze andere, hoe de abt of prior van het klooster de zaak beschouwde. Dat nu de middeleeuwsche scriptoren over het algemeen een nuttigen arbeid verricht hebben, zal stellig niemand onzer ontkennen; maar zij zelve zouden met die qualificatie niet geheel tevreden geweest zijn. Immers zy beschouwden het afschrijven, of moesten het althans beschouwen, als een vroom werk, eene daad van de hoogste godsvrucht.2)

„Scriptori pro poena daninr celestia regna"

stond er boven het scriptorium te Citeaux, en in een catalogus uit de twaalfde eeuw leest men reeds: „Libros (intern oportet semper describere et augere et meliorare et ornare et annotare cum istis, quia vita omnium spiriicil'mm liominum sinelibris nicliil est." 3) De beroemde Gerson schreef eene verhandeling, waarin hij uitvoerig betoogde, dat de mensch, die goede boeken afschreef, eene plaats won in de ry der apostelen en getuigen van Gods waarheid; hij behoorde tot de grootste weldoeners der Christenheid, en moest daarom volgaarne, ook op zon- en heilige dagen de schrijfstift voeren.4)

*) Een merkwaardig voorbeeld hiervan levert de volgende mededeeling aan liet slot van een codex bij Brsun, Notitia de Codicibus Msa. in Bibliotheca Monasterii S. S. Udalricum et Afram Augustat» extantibus T. III p. 101. luidende: A. 1494 ex voluntate dom. Abbatis Jo. de Gililingen hujus monasterii (S. S. Udalrici et Afrae) ac totius conventus exempti sunt a choro et aliis laboribus communibus duo fratres conventuales videlicet Leonhardus "Wagner alias Wurstlin optimus et egregius scriptor di'versarum scripturarum et Fr. Balthasar Kramer filius liuius civitatis de genere textorum honestorum ex intencione, ut scriberent duo psalteria pro clioro quod voluntarie et obedienter onus susceperunt sperantes se recepturos magnam mercedem, etc. tZal niemand verwonderen dat onder zulke omstandigheden gehecle reeksen van boeken door ee'n schrijver konden voltooid worden, zooals b. v door genoemden Leonh. AVagner. Iloe minder men zich in de kloosters om de verplichte armoede bekommerde, hoe meer de scriptoren afdaalden tot loonschrijvcrs.

2) Moll, Kerkgeschiedenis v. Nederland voor de Hervorming, II. 2, blz. 320.

3) Gottlieb, No. 124. k) Gerson, Opera omnia, ed. Du Pin, II, p. 693, SS. Merkwaardig is ook deze plaats uit den oudsten regel der Kartliuizers: „Libros quippe, tanquam sempiternum animarum nostrarum cibum, cautissime custodiri et studiosisisme volumus fieri. Quot enim libros scribimus, tot nobis veritatis praecones facere videmur, sperantes a Domino mercedem pro omnibus qui per eo9 vel ab errore correcti fuerint, vel in catholica veritate profecerint, pro cunctis ctiam qui vel de suis peccatis et vitiis compuncti, vel ad desiderium fuerint patriae coclcstis accensi." V. Consuetu4Ünes domni Guigonis, prioris ('arthusiae, cap. XXVII.