is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat ook monniken, die de kunst van schrijven uitstekend verstonden, wel eens een afkeer kregen van het eentonige werk, bewijzen de maatregelen die soms genomen werden 0111 hen daartoe te dwingen. Zoo bepaalden 0. a. de statuten der Karthuizers: „Qni scribere scit et potest, si nohierit, a vino abstinent arbitrio prior is", ') en die van 't Windesheimsche klooster ontzeiden den onwillige eenvoudig liet middagmaal.2) En, eindigt ook menig handschrift met een „Explicit"3) waaruit duidelijk de vrome zin en nederigheid van den schrijver spreekt,4) er zijn tientallen van andere, waar 't „Dro gratiasl" 't „Feliciter!" of het „Amen!" aan het einde ons nog de zucht van verlichting doen hooren, die de schrijver slaakte bij de voltooiing van zijn langwjjligen arbeid. Sommige afschrijvers hebben 't gewaagd nog duidelijker uit te drukken, hoe verheugd zy waren als eindelijk de laatste regel geschreven was: zoo schrijft een monnik van 't klooster Corbie aan 't eind van eene verhandeling, die hij afschreef: „Vriend lezer, houd uwe vingers terug en hoed u iets aan het schrift van deze bladzijden te veranderen. Want wie de kalligraphie niet beoefent, weet niet hoeveel moeite wij ons moeten geven. Zoo zoet als de haven is voor den zeevaarder, zoo zoet is de laatste regel voor den schrijver. Slechts drie vingers houden de pen vast — maar het geheele lichaam arbeidt." ') Een andere kloosterbroeder, uit de abdij Saint-Aignan te Orleans, roept uit: „Let op uwe vingers. Zet ze niet op mijn schrift! Gij weet niet wat schrijven is! Het is een ontzettende arbeid. Het buigt u den rug, verduistert uwe oogen, brengt uw maag in de war en breekt u de ribben. Bid dan, 0 mijn broeder, die dit boek leest, bid dan voor den armen Raoul, den dienaar Gods, die liet met eigen hand heeft geschreven van het begin tot het einde in het klooster Saint Aignan." ")

Het is wenschelyk nu nog eenige oogenblikken stil te staan bij liet laatste gedeelte van de taak des afschrijvers, het corrigeeren. Men heeft reeds vroeger, en zeer terecht, opgemerkt, dat de klachten

') 7.ie Wattenbach, das Schriftwezen im M. A- S. 253.

si Moll, Kerkgeschiedenis van Nederl. vuur de Hervorming II, 2 bU. 321.

3) De term .explicit" is nog uit den tijd der boek rollen.

4) Als dit b. v. ,Expleto libro, refcratur gratia Christo; nomen scriptori? non pono, quia ipsum laudare nolo."

s) Lecoy de la Marche, Les Manuscrits et la Miniature, Nouv. ed p. 102.

') ibid. p. 122.