is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

indeeling gevoeld te hebben, en begint zijn, ook in andere opzichten merkwaardigen catalogus met de woorden: „Ut plene et evidenter in noticiam veniat 'mops armariae nostrae thesaurus qaodam ordine videtur procedendum..." Daarop stelt hy de „ordo " vast, die hij volgen wil en... houdt zich werkelijk daaraan.

Bij de opsomming der ongewijde schrijvers meent men soms den invloed van Martianus Capella te bespeuren: men schijnt achtereenvolgens de zeven vrije kunsten behandeld te hebben. Soms ook wordt de wereldlijke litteratuur — de klassieke schrijvers — vóór de geestelijke behandeld.*)

Aan alphabetische catalogi, hetzij dan naar de titels der boeken, hetzij naar de namen der schrijvers gerangschikt, schijnt men in de middeleeuwen slechts weinig waarde gehecht te hebben. Deze komen dan ook slechts zelden voor2); en bij enkele van het kleine aantal dat men kan aanwijzen is het zoo goed als zeker, dat zij niet anders zijn dan indices op systematische, naar vakken ingedeelde catalogi, welke er nevens bestonden.3)

Meer algemeen was gedurende de middeleeuwen — wij vestigden er in een voorgaand hoofdstuk reeds de aandacht op — de indeeling van den boekenschat in twee groote afdeelingen, waarvan de eene de boeken omvatte, welke bij den godsdienst gebruikt, en dus in de sacristie of 't choor bewaard werden, terwijl de andere den inhoud van de eigenlijke bibliotheek beschreef. Reeds Mabillon vestigde daarop de aandacht: Insuper in ampliorihus coenobiis, puta in Cluuiucensi, duplex erat bibliotheca, altera clioro inserviens, in qua libri ecclesiastici tantummodo servabantur, altera pro lectione monacliorum volumina continent lwc est libros scientificos et asceticos.' ') Behalve de bewijsplaatsen, boven reeds aangehaald, mogen er hier nog enkele volgen. Een catalogus van een onbekend Engelsch klooster s) geeft een overzicht van den daar aanwezigen boekenvoorraad in drie kolommen, welke achtereenvolgens tot opschrift voeren: „hij mnt libri glosati quos habet biblioteca nostra" — „opusenlapatrum — „libri quibus ntimur in divinis officiis." In den catalogus van het

i) Vgl. Becker, No. 29 (Flcury), Gotllieb No. 293; Becker No. 80 (Michelsbcrg),

No. 125 (Arras).

!) Becker No. 77 (S. Bevtin, 12e eeuw), en No. 79 (Corbic).

3) Gottlieb, No. 167 (Rebdorf, 15e eeuw), en No. 531 (Bobbio, 1461).

4) Traetatus de studiis monasticis, p. 134. s) Gottlieb, No. 514.