is toegevoegd aan je favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drie zijden van bot pand met een prachtig gewelf, nieuwe vensters en beelden van Heilige Benedictijnen versierde, maar ook, dat bij „novae cellcic in bovsnlis partc ambitus heeft doen oplichten, w elke mededeeling eerst dan duidelijk wordt, wanneer men cellae vertaald met carolls.*) Ook in de Kngelsche en Fransche kloosters vond men zulke studeercellen juist altijd aan de Noordzijde van het pand, die natuurlijk op 't Zuiden uitzag en kans had op helderlicht en zonneschijn.

Meer gegevens hebben wy betreffende onze kerkelijke boekerijen. Elke kerk ook de kleinste, had natuurlijk verschillende liturgische boeken noodig, die. geschreven op perkament en in stevige, met leer overtrokken houten banden gevat, veel te zwaar waren om gedurende de godsdienstoefeningen in de hand te worden gehouden. < iewoonl\jk besron men daarom met voor bet altaar een lessenaar te plaat>en. die. in kleinere kerken waarschijnlijk van hout vervaardigd, in grootere en rijkere van geel koper (latoen) gegoten was, in den \orm van een arend met uitgespreide vleugels. Daarop legde men het epistelboek. Aan weerszijden van dezen „aern" was gewoonlijk een kandelaar aangebracht, waarop zoo noodig kaarsen gezet werden. In 1483 84 werd in de Kerspelkerk van St. Jacob te Utrecht zulk een „aein gerepareerd, een bewijs dat t ding nu niet juist van gisteren dagteekende.2) In 1418/19 vond men bij hetzelfde altaar in de St. Jacobskerk, toebehoorende aan de Onze Lieve Vrouwe Broederschap, ook reeds een houten lezenaar, gewoonlijk „lectrien", „latrien" of „pulviter" geheeten, waarop 't missaal was geplaatst. In 1484 85 werd die oude latrien opnieuw geverfd, terwijl in t zelfde jaar en in 1502 nieuwe vervaardigd werden, de eerste door Heinric den kistenmaker. Ook op het koor der kerk stonden twee zulke lectrijnen 3)

Waar nu de kerk door schenking en erflating ook andere dan liturgische boeken verkreeg, werden deze vaak ten algemeenen nutte op een lectrijn in 't koor geplaatst, en met ketens bevestigd om diefstal te voorkomen.

') In zijne studie over kloostergebouwen in ilc Middeleeuwen, in hoofdzaak de bouwkundige geschiedenis van de Egmondsche abdij behandelend, erkent de geleeide Benedictijn Dom Willibrord van Heteren deze plaats niet te begrijpen. (Zie liet jaarboekje van Alberdingk Thijm, 1894, blz. 233). De mededeeling zelve is te vinden bij Joh. a. Leydis, Annales Egm. cap. XC1V. ed. Matthaeus p. Hl.

!) Jhr. Mr. Th. II. F. van Riemsdijk, Geschied, v. d. Kerspelkerk van StJacob te Utrecht, Leiden 1882, blz. 45.

:') einsilem, Bijdragen tot de Geschied, v. d. Kerspelkerk van St. Jacob te l trcclit. Leiden, 1888, blz. 16.