is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toriura opgedragen? Wie bepaalde, welke boeken afgeschreven moesten worden? ie beheerde 't perkament en papier? Wie zorgde voor de correctie? — altemaal zaken, die te Parijs, in de abdij van St. \ ictor, en in de meeste andere oude kloosters opgediagen waren aan den armarius — dan geven de Windesheimsche statuten geen antwoord. Heeft men gemeend, dat de librarius daar als van zelf voor aangewezen was ? Of zag men in, dat 't gevoeglijk aan de omstandigheden kon overgelaten worden, en dat in 't eene klooster misschien de prior, in 't andere de armarius of de cantor daarvoor de aangewezen man zou blijken? Wij weten het niet.

Ontbreekt er nog wel het een en ander aan onze kennis betreffende de inwendige aangelegenheden der Windesheimsche kloosters, nog grooter gapingen en leemten zyn er in onze wetenschap betreffende de Broeders des Gemeenen Levens. Hoe de talrijke Fraterhuizen op Nederlandschen bodem ingericht waren, hoe de broeders de weikzaainheden onder elkander verdeelden, welke verplichtingen bij hen op den bibliothecaris rustten: ziedaar vragen, waarop nog geen antwoord gegeven is. Wel is waar heeft Delprat in zijn boek „Ovei- de Broederschap van Geert Groote en den invloed der Fraterhuizen" over dit alles 't een cn ander medegedeeld '); maar wat deze geleerde indertijd beschouwde als een voor alle Fraterhuizen geldige wet, is niet anders dan een uittreksel uit de Statuten van het Fraterhuis te Keulen.2) Statuten vanNederlandscheFlater-

exemplaar der Constitutiones van de Utrechtsclie TTnivers. Bibliotheek staat daarbij een oude, geschreven kantteekening „Vide 102 B". Daar leest men: Siquis in divino

officio cantare, nut opus sibi iniunctnm perficere noluerit yravioribus verberibus

nnt alio quocumque raodo emendetur. Opmerkelijk is dat in de Lenvensche uitgaaf dei Constitutiones van 1039, waarvan het eenig bekende exemplaar berust in de Univ. Bibl. te Amsterdiim, op blz. 159, toch weer de oude bepaling: onthouding van spijs en drank, voorkomt, en hier zonder „mutatum".

Merkwaardig in deze uitgave zijn nog de volgende toevoegselen :

„Ileicticos libros legere vel penes se detinere, aut custodire nemo praesumat sub patna carceris. Libri quoque schenici seu alij quicumque amores lasciuos redolentes omnibus nostris simt perpetuo interdicti: transgressores grauiter puniantur.

Librorum prohibitorum indicem liabeat Librarius: et si aliquando librum aliquem prohibitnm deprehenderit; statim Priori indicabit, ut quod ipse iusserit, fiat.

Nullus etiam nostrae Congregationis tvpis excudere. vel exudi facere praesumat libium aliquem, nisi de licentia Prioris Generalis scripto tradita, aut Commissarij in sua Provincia, praevio semper proprij Prioris assensu. (pag. 102, 103.)

') 2e uitgave, Arnhem 1856, blz. 247 en volg.

') Zie Aubertus Miraeus, Kegulae et Constitutiones clericorum, Antv. 1638, p. 142 (lees 144)