is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huizen bleven tot nog toe onbekend. Wij zijn echter in staat den lezer het een en ander over de plichten van den bibliothecaris en de bepalingen betreffende het afschrijven van boeken, welke in een Nederlandsch Fraterhuis van kracht waren, mede te deeleii, uit de in handschrift bewaard gebleven Statuten van een dier huizen, welke wij binnen kort in hun geheel zullen uitgeven. ')

In het eerste hoofdstuk dezer Statuten leest men: „Dit ons huis is door zekere devote vrouw gesticht en met weinig inkomsten en goederen begiftigd, opdat daarin, naar het voorbeeld der oorspronkelijke kerk, vrome priesters en klerken met enkele weinige leeken in gemeenschap zouden leven van de opbrengst van 't werk hunner handen, n. 1. van schrijfwerk." Het veertiende hoofdstuk handelt geheel .de cura scribendorum librorwn." De inhoud is de

volgende: „ Aan een der broeders wordt de zorg opgedragen

voor 't boeken afschrijven en voor de bewaring van het perkament. Hij zorge er zooveel mogelijk voor, dat de broeders voldoende schrijfwerk hebben en nauwkeurig verbeterde exemplaren. Indien het kan, moet hij zorgen dat allen latijn schrijven. Niet licht stuurt hij iemand weg, die komt vragen een goed boek voor hem te schrijven, tenzij voor 't oogenblik niemand zonder werk is; maai' hij trachtte den vrager te overreden om een poosje te wachten. Vraagt iemand hem een boek voor hem af te schrijven, en hij heeft eer.' schrijver beschikbaar, dan toont hij den vrager 't handschrift van dezen

') Dr. Brugmans, aan wiens hulpvaardigheid wij veel te danken hebben, vestigde onze aandacht op een handschriftje der Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage, genummerd L. 41. 't Is een boekje in 12°, bestaande uit zwaar papier — merk: de eenhoorn — in een omslag van oud, bruin geworden perkament. Op het schutblad volgen daarin 49, door een negentiende eeuwsche hand met potlood genummerde bladen (98 bladzijden dus), waarop door een vijftiendeccnwsche hand de bedoelde statuten in 't latijn geschreven zijn. 't Schrift is over het algemeen vrij slordig, met zeer vele, niet altijd even regelmatige afkortingen. Latere toevoegselen op sommige bladzijden, met een andere hand en anderen inkt geschreven, bewijzen, dat het.boekje werkelijk in een Fraterhuis gebruikt is. Ongelukkig is het in vroegeren tijd met water in aanraking geweest, zoodat de rechter bovenhoeken van blz. 1-40 geheel onleesbaar geworden zijn. Van de toch al niet donkere inkt, waarmee t boekje geschreven werd, is daar meestal geen spoor meer over. Titel noch opschrift is er in te vinden, en geen enkele directe aanwijzing verraadt, witfr het geschreven werd. Misschien is dit echter met behulp van enkele indirecte aanwijzingen toch wel te vinden. Op de binnenzijde van den omslag is een papiertje geplakt, waarop het tegenwoordige nummer : L 41: daaronder staat aangeteekend: (Weesp 27).

Dat wij hier met de Statuten of Consuetudines van een Fraterhuis in Nederland te doen hebben blijkt op verschillende plaatsen.