is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet liet recht te veronderstellen, dat de Broeders er met de handen in den schoot gezeten hebben. Toch is er wel eens in dien geest geredeneerd. Zoo beweerde Delprat in der tijd, dat er in het Delftsche Fraterhuis — gesticht in 1403 — weinig of niets aan letterkundig bedrijf gedaan zou zijn. „Handel in handschriften of drukwerken was hier onbekend." ') Dit strookte reeds niet geheel met het bericht door denzelfden schrijver medegedeeld, dat de Delftsche broeders, welke in 1474 naar Utrecht togen om ook daar een Fraterhuis te stichten, de noodige „goede boeken" medekregen ~), terwijl elders bleek, dat het Delftsche huis reeds in11436 een proces voerde over zijne bibliotheek die, naar het schijnt wederrechtelijk, door de Regulieren van 't klooster Sion in bezit genomen was. 3) Maar dat zij niet alleen aan wetenschappelijke oefeningen gedaan, doch ook wel degelijk hun brood verdiend hebben op de wjjze, die in de Statuten der Fraterhuizen was voorgeschreven, blijkt uit de toespraak, door den Windesheimschen prior Dirk van Grave op den 9den Juni 1475 tot de broeders van dit Fraterhuis gehouden, waarin hij hen looft wegens hun trouwe naleving der oude inzettingen, en hen gelukkig pryst, dat zij zooveel meer tijd dan de Windesheimers kunnen besteden „ad scribendum sacros codices, quibus ditatis ecclesiam Dei, excepto quod et pecunias inde recipitis" 4) Wij behoeven er niet meer aau te twijfelen: afschrijven heeft men in alle Fraterhuizen gedaan, al spreekt 't van zelf, dat men er in 't eene huis meer aan deed dan in 't andere. Dat er in sommige buitengewoon veel geschreven is, moge blijken uit de volgende feiten. In 't St.-Maartenshuis te Leuven, gesticht in 1433, eerst een Fraterhuis, doch sedert 1447 een klooster, trad in den aanvang als rector, later als prior op Aegidius Walrams, een klerk uit het Deventer Fraterhuis. Van dezen nu wordt gemeld:

Auxit structuras, fratres conscribere libros

Octo horis jussit quolibet ipse die.b)

En in 1490 kon de Broederschap te Keulen, aldaar sedert 1417 aan de Wydembach gevestigd, eene kerk laten bouwen tegenover

•) Delprat, G. Groote, 2c druk (1856) blz. 121. s) Aldaar, blz. 151. 3) Moll, Kerkgeschiedenis, lla, blz. 169. 4) Acquov, Windesheira, III (1880). Bijlage XIV, blz. 331. 5j Molanus, Historia Lovanensium, 1 p 293.