is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tigde, vooral, waar uit dezelfde rekeningen nog blijkt, dat hij ook eenig geld besteedde „voor 't verhemelen ]) van allerhande Boeken int Coer", „voor het betrekken derselver met leder en voor raexen 21 om die boeken mede te hangen"3) Doch in vele andere gevallen had men misschien beter gedaan den armarins dan den abt te prijzen.

Waarschijnlijk hebben onze boekwaarders en boekwaarsters eens per jaar of vaker uitdeeling van boeken gehouden onder de conventualen, zooals ook in buitenlandsche kloosters de gewoonte was. Maar berichten of andere documenten die 't ons bevestigen, kennen wij tot op heden niet. Een lijst der uitgedeelde boeken, een brcvi* lïbrontm 4) van Nederlandschen oorsprong, vonden wij nog nergens vermeld.5) Of men hier te lande vrijgeviger was in 't uitleenen van boeken, aan niet-kloosterlingen, dan aan gene zijde der grenzen ? Het is niet waarschijnlijk. Abt Emo ten minste scherpte zijn monniken in de boeken van het convent trouw te bewaren en niet gemakkelijk uit te leenen zonder bewijs en daartoe bekomen verlof. (.Libellos conventus servare, et non facile sinememorialiaclicentia prestare.) En hij voegde er aan toe, dat zij van boeken, die aan anderen toebehoorden, niet meer dan een enkel afschrift mochten maken ,;) — wat het uitleenen natuurlijk al weer niet in de hand werkte. 1 loc men in de Egmondsche abdij over die aangelegenheid dacht, weten wij niet; maar zeker is het dat men er althans eens eene minder aangename ervaring mee opdeed. Abt Alardus had indertijd een tweetal getijdeboeken — „vnum de dominicis alterum de sanctis per totum annum" ) — aangeschaft. Deze werden door Abt Franco aan gravin Ada van Schotland, de vrouw van Florens III te leen gegeven. Ook hare schoondochter. Aleid van Cleve. de gemalin van Dirk VII behield deze boeken voortdurend, tegen den zin van het convent En ware dat nog maar de eenige

') Opknappen of versieren. s) Ketens. 3) Van Wijn, Huiszittend Leven, 1 blz. 492. 4) Zie boven, blz. 71.

5) Het eenige, dat ons van dien aard voorkwam is eene aanteekening in een Hs. van „Runsbroec, Van eene gheesteliker bruloft" op de Koninklijke Bibliotheek in den Haag, luidende: „Desen boee hoirt toe den begliijnhotl'binnen Delf. Etule (liet heeft salt eens sjaers Ineten sim die scrij/ster ran thojf omtrent S. Jan.

6) Kronyken van Emo en Menko, Utrecht 1806, p, 170.

") Catalogus, uitg. Dr. Kleyn, blz. 154.