is toegevoegd aan je favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerkbibliotheken was 't Neèerlandsch naar 't schijnt bijzonder slecht vertegenwoordigd. Zij werden niet gesticht met de bedoeling de geheele burgerij gelegenheid te geven zich te ontwikkelen, maar stonden slechts open voor kerkelijke personen en enkele andere uitverkorenen, wien men wel een sleutel wilde toevertrouwen. De Librye te Zutphen b. v. bezat .slechts één Nederlandsch handschrift — .Tacobus de Cessolis' werk over het Schaakspel; en eerst toen liet Katholicisme binnen Zutphen hoe langer hoe meer terrein verloor schafte men af en toe eenige boekjes in de volkstaal aan, waarin het oude geloof verdedigd werd.

Aan het eind gekomen van onze beschouwingen over onze middeleeuwsche kerk- en kloosterboekerijen in het algemeen, zouden wij er nog eenige bladzijden aan kunnen toevoegen om te verhalen op welke wijze vele dier nuttige inrichtingen geheel of grootendeels z\jn te gronde gegaan; hoe in de eerste jaren van onzen opstand tegen Spanje, 't gepeupel op tal van plaatsen de kloosters binnendrong, en ook de boekerijen heeft geplunderd en vernield; hoe, elders weer het krijgsvolk de boeken uit de kloosters op de markt bijeenbracht en den geheelen voorraad aan de vlammen prijs gaf — als in 1586 b. v. geschiedde met de bibliotheek van het Fraterhuis te Doesburg; hoe, op weer andere plaatsen, nadat de stad voor goed de zijde der Hervormden gekozen had, de magistraat de „Paapsche boeken" liet bijeenbrengen, en handschriften en drukwerken bij 't pond verkocht aan den hoogsten bieder —zooals in 1591 geschiedde met de boeken van 't Fraterhuis en andere kloosters te Nijmegen, waar de boekverkooper Arent Cornelisz ze kreeg tegen zes stuivers per pond, en omstreeks 1611 nog gebeurd is met 't grootste deel der ..olde boecken" van 't Fraterhuis te Deventer. Maar waartoe zoo'n treurig relaas, dat ons zou doen denken aan die zonderlinge soort van kronieken, waarin niets dan strenge winters of wel watervloeden en overstroomingen geboekt staan, rampen, rampen en nogmaals rampen.

Sluiten wij dus liever met een woord van hulde en dank aan die noeste schrijvers onder ons voorgeslacht, wier werkzaamheid en ijver zoo groot was, dat geen eeuwen van vernielzucht en onverschilligheid in staat zijn geweest hun arbeid geheel te vernietigen.