is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij reeds een Kapittel von Kanunniken, d. w. z. een genootschap van priesters, die verplicht waren zekere dagelijksche plechtigheden van godsdienstigen aard te vervullen. Het ligt voor de hand dat, waar zoo iets bestond, waar een aantal eemgszins geleerde mannen dadelijks met elkander verkeerden, langzamerhand en als \an zelve eene boekerij moest tot stand komen, die in de eerste plaats natuurlijk datgene moest bevatten, wat voor den arbeid, door die mannen te verrichten, kon geacht worden van belang te zijn. 't Is dan ook een onbetwistbaar feit, dat de St. Walburg eene librye bezat, lang voordat de eerste steen van de nog bestaande bibliotheek gelegd werd.

In welk gedeelte der kerk die boekerij gedurende de middeleeuwen berustte, ligt in het duister. Trouwens, van veel grooter belang is deze tweede vraag, wat zij alzoo bevatte? En daarop kunnen wü in zekeren zin antwoord geven, al is dat dan ook niet van zoo stelligen aard als men wel zou wenschen. Want een catalogus uit

dien tijd werd tot nog toe niet gevonden.

Toen men echter in het jaar 15G1 met den bouw der tcgenw ooi di.e Librye begon, hadden kerkmeesteren wel ingezien dat de aanwezige boekenvoorraad voor de nieuwe boekerij geheel ontoereikend was °Dus schaften zij in de eerstvolgende jaren eene groote menigte boeken aan. welke in hunne rekeningen getrouwelijk werden genoteerd. Wat is echter het geval? Voor zoover men uit de vrij nauwkeurig opgeteekende titels kan nagaan, kochten de kerkmeesters voortdurend gedrukte boeken, nooit geschrevene. En toch kon Heer Henrick Cansen, die in 1566-70 den eersten Catalogus van de nieuwe bibliotheek vervaardigde, daarin melding maken van meer dan twinti" handschriften. Is het gewaagd te veronderstellen, dat deze handschriften, althans voor een deel, afkomstig waren uit de oude boekerij der kerk, die, zooals wij zullen aantoonen, voor het jaai

1500 bestond?

Ongelukkig is ons de gelegenheid benomen eenig antwoord op die vraag° te zoeken in de handschriften zelve: want slechts een tweetal daarvan bleef in de Librye bewaard, waarschijnlijk juist die, wel ke door de onduidelijkheid van het schrift en het ontbreken van versiering, niemands begeerlijkheid opwekten. Eensdeels echter, omdat aangaande dergelijke kapittelboekerijen weinig bekend is, andeideels omdat het van belang is voor de geschiedenis dier hand-