is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14. Fxpositiones Evangeliorum in parte hyemali, etiam calatn scrip tus in pergameno (Cat. No. 210).

15. Libri III vit is patrum in pergameno scripti. (Cat. No. 217). Hiermede heeft Cansen de Vitae Sanctorum Patrum Herernitarum van Hieronymus willen aanduiden. (Ham 8586 in volg.)

16. Chronicon Alberici Monaclti Triumfontium, in pergameno calamo exarata per Luerliardum scholarem de Oldensele. Anno domini 1315. (Cat. No. 229). De kroniek van Alberik, den Cistercienser monnik van Troisfontaines in Champagne, is genoegzr am bekend. Zij loopt van de schepping tot op het jaar 1241. Iets naders omtrent den afschrijver, mogelijk wel een leerling van de Zutphensche kapittelschool, is ons tot op heden niet bekend geworden.

17. Historia Ecclosiastica in pergameno scripto, incerto scriptore (Cat. No. 230). Waarschijnlijk wordt hiermede Ruffinus'vertaling van Eusebius' kerkgeschiedenis bedoeld. (Hain 0708 en volg.)

18. Liber Sermonum, calamo in papyro exaratus, incerto autore. (Cat. No. 232). Dit handschrift, met de drie volgende in één band gebonden, is nog aanwezig, maar bijna onleesbaar door het slechte schrift en de tallooze afkortingen. Twee zeer verschillende handen hebben er aan gewerkt. Ter herkenning kan dienen, dat bijna alle hoofdstukken aanvangen met de woorden: „In illo tempore dixit dominus Jesus"...

18a. Articuli Go Magistri Jordani de Passione Domini, scripti per Johannem de Dorsten. (Cat. No. 233). Hiermede wordt het boek van Jordanus de Quedlinburg s. de Saxonia, ordin. Eremit. S. August, bedoeld, dat den titel draagt: „Articuli passionis cum tlieorematibus et documentis," etc. dat in druk gewoonlijk volgt op zijn „Textus passionis Christi secundum quatuor Euangelistas" (Hain 9443). Waaruit Cansen afleidt, dat het door Johannes van Dorsten geschreven is, bleef ons onbekend. Immers het volgende handschrift in denzelfden band:

18&. Doctrinac collectae ex vita pliihsopliorum per eundem, etiam scripta, (Cat. No. 234) is naar onze meening van eene andere hand. Het begint: „de moribus et vita philosophorum veterum." Aan het einde leest men: „Et sic est finis istius libelli deo