is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

modum Sutphaniae Anno 1575 die 15 Decembris Welmarus

Schuithen." In ander schrift, waarin men de hand van Derck van Thyll kan herkennen, staat daarbij aangeteekend: „libri qui ]n margine habent literam b. repositi sunt in nostra bibliotlieca." Welnu, in deze ljjst z\jn een tiental boeken met deze letter gemerkt : minstens zes daarvan worden nog op heden in de Librye bewaard.

Eenige jaren later, n.1. in 1582, vervielen de boeken door den Rector der Latjjnsche school Derk van Yelp aan z\jn neef Orige of Adriaan nagelaten, aan de kerk, daar 't neefje naar 't schijnt met toestemming zijner verwanten de school verlaten en zich op een ambacht toegelegd had. ') Ook van deze verzameling is in den loop van drie eeuwen heel wat zoek geraakt, zooals blijkt uit den geschreven catalogus. Eene merkwaardige collectie Latijnsche schoolboeken uit de zestiende eeuw, nu nog aanwezig, schynt grootendeels uit Yelps nalatenschap afkomstig. -)

Nadat Zutphen in 1591 door Prins Manrits ingenomen en daarmede voorgoed van de Spaansche dwingelandij verlost was, kwamen de hervormden weder aan het bewind. Vermoedelijk op last van de stedelijke overheid werden op den 18den Augustus 1593, de toen naar het schijnt grootendeels ontvolkte nonnenconventen Adamans klooster, Heer Henrickshuis en IJsendoorn „gevisiteert", en eene inventaris opgemaakt van de boeken, welke men in hunne libryen aantrof.3) Vond men in het eerste convent een paar honderd boekdeelen, in het tweede waren óf geene boeken meer aanwezig, óf men heeft dit klooster voorloopig nog de visitatie bespaard; van het derde eindelijk staat slechts een achttal werken vermeld. In hoeverre ook boeken uit de beide laatste kloosters hun weg vonden naar de Librye, is ons niet gebleken; maar negen verschillende werken, waaronder zeven incunabelen, aldaar bewaard, dragen nog het opschrift: „Liber domus Sanctae Agnetae alias Adamans Sutphnnia." Ook is er nog een boek, waarin men op het schutblad leest: „Est liber D. Andreae Everwyen de DocsborcJi, procurator

') Volgens eene aanteekening, waarschijnlijk door den kerkmeester Evert Aessak op de keerzijde van dien inventaris geschreven.

*) Slechts in enkele komt. zijn naam of handschrift voor.

') Deze inventaris berust op 't stedelijk archief.