is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gearresteert om in de Cancellarye" — d. w. z, liet kerk-archief — bewaart te worden." ') Wie na dit alles meenen mocht, dat de predikanten, op wier initiatief dit alles eigenlijk gebeurde, het ook van hunne zyde niet aan stoffelijke bewijzen van belangstelling, in den vorm van boeken b.v., lieten ontbreken, vergist zich. Yan de vele werken, welke Baudartius in het licht gaf, bezit de Librye geen enkel exemplaar! En het is nog de vraag of de eerste druk van den Statenbijbel (1637) welke de boekery bezit, door hem geschonken dan wel door het stadsbestuur aangekocht is. Van zijn ambtgenoot, Gellius de Bouma, weten wy ten minste, dat hij de Librye eene bijbeluitgave in drie talen, door David Wolderus in 1596 te Hamburg in het licht gegeven, heeft geschonken. ~)

Toen Rector Eiber in 1654 op pensioen gesteld werd, bepaalde de Magistraat, dat „'t opzicht van de bibliotheecq aen die opheden bij provisie geadmitteerde rector Barthisius" zou opgedragen worden, „mits dan den ouden Rector 't tractement ad vitain behoude." (29 Aug. 1655). Doch deze Johan Bathisius de Grandville, Theol. en Philos. Dr.3), vroeger conrector te Bergen op Zoom, is slechts twee jaren rector geweest, en heeft, daar Biber tot 1659 leefde, nooit een cent voor 't bibliothecariaat ontvangen. Na Biber's overlijden werd den 16en Mei 1659 het toezicht op de boekerij door 't stadsbestuur opgedragen aan den Rector (Herman) Upmeyer4), vroeger lector quartae classis, die dan ook in ]660 en '61 het honorarium van 25 Carolusgulden in ontvangst heeft genomen.

Gedurende de eerstvolgende jaren zal de Rector Bernhardus Clausenius 't wel genoten hebben5;, die in 1669 opgevolgd werd door den reeds meermalen genoemden Johannes Lomeijer, vroeger predikant te Doetinchem, na 1674 te Zutphen, van wiens hand quitanties over de jaren 1672 tot '75 bewaard bleven. Uit eene plaats in de Raadsresoluties valt af te leiden, dat hij een catalogus

') Zij is echter verdwenen.

2) Ds. van Wullen, die in 't begin dezer eeuw een soort Tan catalogus van de Librye maakte vond in "t bedoelde werk nog de inscriptie : donatum a Gellius de Bouma, Ecclesiaste Zutphaniense, A°. 1035.

3) Naar het schijnt is de lijst van lectoren door Dr. Huberts in 't boven aangehaalde werkje gegeven op verschillende plaatsen minder juist.

4) Deze Duitscher komt in 't bovenaangehaalde werkje van Dr. Huberts over de Latijnsche school alleen voor als lector 4de classis.

Quitanties van zijne hand bleven echter niet bewaard.