is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het beschouwen van het Hollandsche schildersleven der zeventiende eeuw, speciaal van het Leidsche.

Ik heb dan ook getracht, in het volgende niet alleen Dou's leven en werken te beschrijven, maar ook van den kunsthandel, het gildewezen, het teeken- en schilderonderwijs in die dagen een schets te geven. Zooveel mogelijk heb ik, waar Dou's leven daartoe aanleiding gaf, mij de toestanden om hem heen trachten voor den geest te roepen. De stedebeschrijvers van het Leiden der zeventiende eeuw, reisbeschrijvingen, dagboeken en reishandboeken uit dien tijd werden daarvoor geraadpleegd. Wat het gildewezen betreft, daarvoor bestudeerde ik de gildeboeken op het Le'dsch Archief nog eens nauwkeurig en vergeleek de bepalingen met die in andere steden. Verder maakte ik van alle gegevens gebruik, die Oud-Holland, Obreen's Archief, De Navorscher enz. opleverden, teneinde het beeld, dat ik wenschte, te voltooien. Wat daaraan nog ontbrak, helderde de studie van schilderyen en prenten zeer dikwijls op.

Van de gedrukte bronnen voor de kennis van Dou's leven is O r Iers' „Beschrijvinge der Stadt Leyden" ') de voornaamste. Zijne mededeelingen berusten, blijkens de nauwkeurige opgave der data, op mededeelingen, door Dou zeiven aan hem gedaan. Niet minder belangrijk is hetgeen ons Sandrart in zijne „Teutsche Academie" 2) bericht, daar ook deze Dou persoonlijk kende. Houb r a k e n 's berichten 3), aan deze beide bronnen ontleend en met eenige nieuwere bijzonderheden aangevuld, zijn dan ook omtrent Dou's leven alleszins vertrouwbaar. Voorts vinden we in Campo Weyerman's Levensbeschrijvingen der Nederlandsche Konstschilders (1729) 4), de 13 i e's Gulden Cabinet (1661), A n g e I's Lof der Schilderkonst (1642) en eenige reisbeschrijvingen nog eenige nieuwe gegevens.

1) Tweede druk, 1641.

2) Joachim von Sandrart, L'Aeademia Todesca ... ., oder Teutsche Academie der edlen Bau-, bild- und Mahlerey-lvünste. Nürnberg '1675.

3) Groote Sehouburg, 2Ie deel, 1719, blz. 1 vlgg.

4) BU. 115 vlgg.