is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hulpzaam was, maar ook voor het onderwijs, dat ik gedurende mijnen studietijd van hem heb mogen ontvangen.

Ook den heeren I)r. A. Bredius, directeur van het Koninklijk Kabinet van Schilderijen te 's Gravenliage, en Dr. C. Hofstede de Groot, die mij, waar zij konden, behulpzaam waren, zij hier mijn dank gebracht voor de wijze, waarop zij mij den weg hebben gewezen bij mijn eerste kunstwetenschappelijke studiën.

De hulpvaardigheid van wijlen Mr. Ch. M. Dozy, archivaris tier gemeente Leiden, die mij het werken op het archief zoozeer vergemakkelijkte, zal ik steeds dankbaar blijven gedenken.

Vervolgens ben ik hier te lande veel verplicht aan de H.H. J. Ph. van der Keilen, directeur van 's Rijks Prentenkabinet te Amsterdam; Dr. G. W. Kernkamp; J. H. Maschaupt; E. W. Moes, onder-directeur van 's Rijks Prentenkabinet te Amsterdam; Jhr. ö. W . i. van Riemsdijk, hoofddirecteur van 's Rijksmuseum te Amsterdam; Jhr. Mr. Victor de Stuers, referendaris van Kunsten en Wetenschappen en F. G. VValler, waarnemend directeur van 's Rijks Prentenkabinet te Leiden.

Voorts betuig ik hier mijnen dank aan de heeren Bouchod, onder-directeur van het Prentenkabinet te Parijs; G. Huet, onderbibliothecaris aan de Bibliothè^ue Nationale en Dr. Henri Stein, directeur der Archives Nationales aldaar; aan Mr. Sydney Colvin, directeur van het Prentenkabinet aan het British Museum en Mr. Salisbury aan het Record Office te Londen; aan de heeren Dr. Bojanowski, directeur der Hofbibliothek en Dr. Ruland, directeur van het Museum te Weimar; Dr. Th. von Frimmel te Weenen; Dr. K. Woermann, directeur van het Museum en Dr. Max Lehrs, directeur van het Prentenkabinet te Dresden; Dr. W. Bode, directeur van het Museum te Berlijn; aan den heer Leopold 1 avre te Geneve en aan de heeren O. Granberg, conservator aan het Museum en Dr. C. T. Odhner, rijksarchivaris te Stockholm.

Ten slotte zij het mij vergund, aan de Hooggeleerde Heeren Muller, Kern, Verdam, ten Brink, Holwerda en Fockema Andrere, wier lessen ik gedurende mijn studietijd mocht volgen, mijn oprechten dank te betuigen voor het van hen genoten onderwijs. De nagedachtenis van Cosijn zal ik steeds dankbaar in eere houden.