is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is slechts zeer klein, 22 c.M. hoog en 17 c.M. breed, veel kleiner dan het Petersburgsche portret van Rembrandt's vader (M. 133), dat hij in denzelfden tijd schilderde, veel kleiner ook dan zijne eerste figurencompositie, een kijkje in Rembrandt's atelier (M. 129), dat Dou nog vroeger vervaardigde. Het model is als gewoonljjk gekleed in bonten mantel, bonten muts en hoofddoek. Het schilderij is vrij zwak van uitvoering en mist vele der goede hoedanigheden, die in het groote, boven beschreven portret van Harmen (M. 133) voorkomen. Maar de hoofdzaak, de gelijkenis, is er. Iets later, — en na dien tijd herhaaldelijk — schilderde Dou nog twee portretten van haar, thans beide te Dresden (M. 183 en 182), die toonen, hoe hij vooruitgaat in behandeling van het penseel, hoe hij het grijzige, fletse van zijne kleuren reeds eenigszins begint te overwinnen. Het eerste is eene herhaling van een stuk, bij den heer Adrien Dollfusz te Parijs (M. 184), waarop hij hetzelfde trachtte af te beelden, zonder dat dit hem echter naar wensch gelukte. Hij schijnt daarna het Dresdensche stuk, dat beter is, doch overigens met het andere overeenkomt, te hebben vervaardigd. Gelukkiger was hij in het tweede te Dresden aanwezige portret (M. 182), dat zelfs zeer veel aan Rembrandt doet denken, doch vooral in de behandeling der handen en van het voorhoofd duidelijke teekenen draagt, dat het door Dou is geschilderd.

Omstreeks 1630, doch nog vóór het Casselsche portret (M. 186), beproefde onze schilder zijne krachten aan een halflevensgroot kniestuk, waarop hij Neeltge Willemsdochter afbeeldde, in den Bijbel lezend '). Dit stuk is een der mooiste portret-

1) Bij den heer Hoekwater in den Haag, waar ik het zag (M. 188). Michel beschrijft het (Rembr. p. 39—40) als Rembrandt, doch is men het thans algemeen er over eens, dat het van Dou s hand is. Ik voor