is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1644 onderteekent D o u de acte van de „S1 LeucasOrdre" '). Dan weten we niets van hem tot 1646, in welk jaar hij op zijn atelier te Leiden een mansportret schildert (M. 146). Over 1647 zijn geen berichten.

In 1648 wordt hij lid van het S* Lucasgild 2), in de boeken waarvan hij tot 1651 voorkomt. In 1652 schildert hij te Leiden een zelfportret (M. 109) en de Blauwpoort (M. 86). Over 1653 zijn geen berichten; het volgend jaar echter schildert hij een tweeden keer de Blauwpoort (M. 268) naar de natuur, terwijl wij over 1655 wederom niets weten. Dat hij in 1656 en '57 te Leiden was, blijkt, doordien hij er toen twee notarieele acten onderteekende 3). Van 1658 tot 68 vindt men zijnen naam weer in de gildeboeken. In 1669 heeft hij drie leerlingen 4), maakt hij zijn testament bij notaris Paedts te Leiden 6) en treden burgemeesteren van Leiden met hem in onderhandeling over een schilderij, welke zaak in 1670 wordt voortgezet6). Over 1671 ontbreken berichten, doch in het volgend jaar onderteekent Dou een zelfportret met „Leyden 1672" (M. 110«). In 1673 en '74 komt zijn naam wederom in de gildeboeken voor en in laatstgenoemd jaar maakt hij bovendien zijn laatste testament7).

Uit deze opsomming volgt, dat de gildeboeken geen vertrouwbare bron zijn voor D o u 's afwezigheid uit Leiden en dat men alle op die boeken gegronde onderstellingen gerust terzijde kan schuiven. Hoewel het natuurljjk niet geheel onmogelijk is, dat Dou in de jaren, waaromtrent niets

1) Obr. V 178.

2) Obr. V 198.

3) Obr. V 27 en Bijlage II.

4) Obr. V 259.

5) Bijlage III.

6) Zie beneden blz. 80.

7) Bijlage III.