is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is evenmin veel bekend. Behalve een enkele inventaris, waaruit wij zekeren Andries Veer als kunstkooper leeren kennen ') en eene mededeeling van Houbraken, waaruit blijkt dat Karei de Moor's vader kunsthandelaar te Leiden was2), is het „schilderschultboek", waarin van 1644 tot 1647 de door schilders, kunstkoopers en verzamelaars onderling gekochte en verkochte stukken zijn opgeschreven, de eenige bron voor onze kennis s). De voornaamsten althans degenen, die in die drie jaren het meeste omzetten — zijn Ilendrick van Amstel, Monsieur Hendrik van der Stock en Maerten Maertensz. van der Zee, terwijl verder de boekverkooper Jacob Louwyck *), de schilders Ph. Angel, David Bailly, Abraham de Pape en vooral Maerten Fransz. de Hulst als koopers en verkoopers optreden. Soms brengen dezen stukken van hun eigen hand onder den hamer, meestal echter zijn het werken van anderen, waarin ze handel drijven. Merkwaardig is, dat ook de bekende Leidsche kunstliefhebber Dr. Hoogeveen aan dien handel meedoet en hij dus ook, als alle groote verzamelaars, waarvan boven sprake was, half liefhebber, half koopman was. Niet minder dan veertien teekeningen van van Go yen en drie van Rembrandt verkocht hij in die jaren.

In Haarlem gingen de schilders op eene dergelijke wijze te werk. Doch men verkocht niet, als te Leiden, de schilderijen: men verlootte ze. Die verlotingen werden door het St. Lucasgild georganiseerd en de waarde der stukken door bekende schilders getaxeerd. Na afloop der verloting was

1) O. H. VIII 312.

2) Houbr. III 343.

3) Obr. Arch. V 173 vlgg.

4) Deze dreef nog in 1657 kunsthandel, blijkens eene acte, aangehaald O. H. VI 122.