is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er een maaltijd, die uit een deel der opbrengst werd bekostigd J). Ook in Den Haag organiseerden deken en hoofdmans van het St. Lucasgild verlotingen, waar het op eene dergelijke wijze toeging2). Waarom men dit deed, is duidelijk : de overvloed van schilderijen was te groot en er werd niet genoeg verkocht, zoodat vele schilders met massa's stukken bleven zitten, die ze op deze wijze trachtten kwijt te raken. Ja vele kunstenaars leden armoede en konden niet

van hunne kunst leven 3).

Soms viel er nog wel iets te verdienen met het beschilderen van een slede, een koffer, een clavecimbel of dergelijke 4), of met het schilderen van uithangborden, in die dagen zoo talrijk, dat een Engelschman zeide, dat men alleen reeds van de bijschriften op die borden Hollandsch leeren kon ). Menig talentvol meester heeft zijn penseel voor dergelijk werk gebruikt en zoo zag men soms zeer mooie schilderijen als uithangteekens prijken 6).

1) A. van der Willigen, les Artistes de Harlem 1870, blz. 11—13 (bepalingen van 1634 en 1636).

2) Obr. III 272.

3) De armoede van vele onzer grootste schilders is overbekend. Een aardig voorbeeld is, dat men in P i e t e r P o 11 e r's nalatenschap een „lom-

bardt-ceeltgen" vond (O. H. XI 40).

4) Zoo vindt inen o. a. vermeld „een tafelbelleken, daar een beei op ge-

schildert stondt.'' Obr. II 143,

5) „And if you want their language, you may learn a great deale in the.r Sign posts, for what they are, tliey do write under them." — Three moneth Observation in the Low Countries, Speeially Holland (British Museum mss. Lansd. 254 f. 179; Sloane 1818 f. 170; Lansd. 772 f. 82; Harl. 6893 f. 03 ; idem f. 91). Dit, blijkens de vele afschriften zeer druk gelezen stuk geeft eene reeks interessante opmerkingen over Holland in de 17" eeuw.

6) Zie van Lennep en ter Gouw I 179 vlgg. - Ook Sorbiére schrijft over „boutiques, dont les enseignes sont quelquesfois de fort bons tableaux. (Lettres et discours; ms. op de Biblioth. Nationale te Parijs n». Z. 2184. Lettre II a Monsieur de Bautru).