is toegevoegd aan je favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook P e r c e 11 i s' stukken waren hooggeprijst. Maar 1 o tter bijvoorbeeld en landschapschilders als Ruysdael, Van der Neer, Philips de Koninck en vooral Van Go yen verdienden bijna niets. De laatste kreeg slechts éénmaal een goeden prijs, 650 gulden, voor het groote Gezicht op Den Haag, dat hij voor die stad schilderde, het grootste stuk, dat hij ooit maakte. Maar anders gingen zijn schilderijen voor den prijs van 5 tot 32 gulden, hooger nooit >)• En zoo ging het ook den stillevenschilder Van Beyeren en andere schilders van die dagen.

Kluchtstukken daarentegen, vooral die van Brou wc r, werden goed betaald. Doch, ziet men af van de „vorstelijke" prijzen, die iemand als Frederik Hendrik betaalde, en houdt men slechts rekening met de prijzen, die particulieren betaalden, dan zijn zeker de werken der fijnschilders, Dou, Frans van Mieris, Slingelandt, en later vooral Van der Werf, steeds het hoogst betaald. Dou kreeg, gelijk wij zagen, tusschen 600 tot 1000 gulden voor een schilderij, de anderen niet minder, vooral wanneer zij voor

het buitenland werkten.

De minste waarde kende men natuurlijk aan schilderijen toe bij verlotingen, boedeltaxaties en verkoopingen. In 1626 taxeerden Van Goyen en L i e f r i n c k in een boedel te Leiden o. a. twee schilderijen van Jan Pinas op ƒ4( en f 36. Men vond de taxatie te hoog en liet de stukken door een afslager schatten, die ze op ƒ 5 en f 8 taxeerde -). Bij eene andere taxatie geldt Bramer 60, Van B e j eren 40, Adriaen van Ostade 25, Co melis Saftleven 16, Stoot er 12 gulden3). En zoo zijn er een

1) O. H. XIV 19.

2) O. H. XIV 16.

3) O. H. XIV 9.