is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raam" teekende, omdat hij „zich het uit de vuist tekenen niet toebetrouwde" !), is niet na te gaan: onmogelijk is het zeker niet. Maar zooveel is zeker, dat hij alles aan fijnheid en nauwkeurigheid opofferde en dat hij zelfs een vergiootglas gebruikte, om beter te kunnen zien

Toen S a n d r a r t hem bezocht in gezelschap van P i eter van Laar, toonde hij hun wat hij aan kunstwerken had. „Als wir aber (zegt Sandrart)3) unter andern den „groszen Fleisz lobten, welchen er an einen Besenstiel geil wendt, der ein schlechtes gröszer als ein Fingers Nagel ware, „antwortete er, dasz er noch wol in die drey Tage daran „zu arbeiten habe." Dit verhaal, dat spreekwoordelijk is geworden, blijft altijd het beste voorbeeld van Dou 's geduld. Geduldig en langzaam werkte hij voort, dag in dag uit. Als het slecht weer was en te donker om te schilderen, giug hij uit wandelen 4), maar anders was hij vlijtig aan den arbeid. Hij heeft dan ook veel gedaan en we kunnen met zekerheid vaststellen, dat hij tusschen 1628 en 1675 ongeveer 300 schilderijen heeft vervaardigd, voorzeker geen gering aantal bij een dergelijke fijnheid van uitvoering.

Daarbij komt nog, dat ook veel tijd voor zijn werk veiloren giug, doordien hij zoo vele leerlingen had te onderwijzen. Omstreeks 1644 kwam de eerste, G a b r i ë 1 Metsu, bij hem in de leer, daarna Frans van Mieris, vervolgens in de jaren na 1660 een geheele reeks: Pieter Cornelisz. van Slingelandt(+ 1661), Godfried Schalcken (na 1662), Dou's neef Dominicus van Tol (+ 1664), Bartholomeüs Maton, M at t hijs

1) Houbr. II 3.

2) T.a.p.

3) Teulsche Academie II 321.

4) Sandrart, t. a. p.