is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schalckcn, kwain alleen om het laatste, alle andeien echter om beide te leeren. Want dat dit gewoonte was bij meesters, die als D o u een school vormden, is het best te zien aan Rembrandt's manier van lesgeven. Deze toch liet de composities, die hij zelf bestudeerde, bijvoorbeeld de „Zegening van Jacob", door al zijn leerlingen eveneens op het doek brengen. Hij zette hen de modellen vóór, waarnaar ook hij werkte en was juist daarom zulk een goed leermeester, omdat hij zoodoende het best de fouten in hun werk kon zien. Zoo liet Rembrandt zijn leerlingen, gelijk hij zelf deed, veel naakt model schilderen ')• Van D o u is dit niet aan te nemen, al heeft deze zelf eenige malen naakt-studies gemaakt2). Veeleer begon deze zijn leerlingen uitsluitend stilleven te laten schilderen met een enkele figuur erin, meest een oude vrouw. Een typisch voorbeeld daarvan is een stukje van Johannes van Staveren op het Louvre, dat in een der vertrekken van D o u's huis, misschien wel in de keuken, geschilderd is, tenminste op dezelfde plaats, waar Dou Rembrandt's moeder liet poseeren, toen hij een thans te Schwerin aanwezig schilderij (M. 286) vervaardigde.

D o u had aan V a n S t a v e r e n als onderwerp opgegeven een gedeelte van dat vertrek, waarin een ronde tafel met een tafelkleed en een aardbol erop, een armstoel, en achter de tafel de oude vrouw, welke Dou sinds ongeveer 1650 steeds als model voor zich en zijn leerlingen gebruikte. V a n Staveren nu, onbeholpen als hij vooral in zijn eerste stukken was, heeft zich alle moeite gegeven, om de vraag goed op te lossen, maar dit gelukte hem alleen in de technische behandeling der verf. Het overige, teekening, perspectief,

1) Vgl. o. a. zijn ets (B. 192) en de teekening daarvoor op het British Museum. (Exhibition of Drawings and Etchings of Rembrandt in the British Museum 1899 nos 51, 224).

1) M. 356, 357 en 358.