is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kaarslichten wederom een tijdlang zeer in zwang geweest, en vooral dweepte men met stukken, waarop twee of drie verschillende soorten van licht waren gecombineerd. Het hoogtepunt in dit soort van onderwerpen bereikte Petrus van Sc hen del (1806—1870), wiens werken met hooge prijzen werden betaald. Gaarne brengt deze lamp- en maanlicht op één paneel en als het kan ook nog liefst het schijnsel van een kolen- of houtvuur. Zijn kunst en die zijner voorgangers en navolgers ') kunnen we een laatste opflikkering noemen van die eigenaardige nachtstukken, die als onderwerp op zichzelf zoo aantrekkelijk zijn, wanneer ze door een talentvol meester alsDou, Yan Mieris, Jan Steen of Remb randt worden op het doek gebracht, maar die bij een academische, onoorspronkelijke behandeling zoo smakeloos en gezocht worden. Dit is over het algemeen het lot van de tafereelen geweest, die D o u tot onderwerpen voor zijn schilderijen koos en dit is de nadeelige invloed van de groote gezochtheid zijner voorstellingen, dat ze zoovele, dikwijls geheel talentlooze navolgers hebben gevonden, die zonder eenigen smaak hun grooten voorganger trachtten na te bootsen.

Zijn nisstukken, zijn kluizenaars, zijn kaarslichten, zijn dokters, weldra door Yan M i e r i s en in navolging van dezen door S. v. Hoogstraten s) e. a. geschilderd, zijn huiselijke tafereelen en scholen, door al zijn leerlingen en talrijke navolgers8) tot omstreeks het midden dezer eeuw naar zijn voorbeeld afgebeeld, al deze onderwerpen zijn ontelbare malen naar de origineelen geschilderd, geteekend,

1) O. a. P. C. Wonde r. Een stuk van hem te Utrecht.

2) B. v. zijn „Zieke Dame" te Amsterdam n<' 692.

3) O. a. L u d o 1 f d e J o n g h (1616—1697), Slabbaert (f 1654) enz. enz. — Vgl. ook Rijksmus. nu 627 en 628.