is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jacob van Spreeuwen1), Joude rville£), Kick3) zijn Dou gedoopt, doch vooral werken van Slingelandt, van Staveren, L eermans en de I'ape worden veel aan hem toegeschreven.

Vroeger heerschte natuurlijk een nog grooter verwarring en menig in een ouden veilingscatalogus als Dou vermeld stuk vond ik als Metsu, Frans van Mieris, Toorenvliet of de M o 11 i, zelfs als v a n der M ij n terug. De copieën naar Don van laatstgenoemde en van A e r t S c hou m a 11 vooral gingen dikwijls voor D o u 's door. Maar gelukkig heeft de nieuwere critiek vele dier fouten aan het licht gebracht '). Wat daar nog aan ontbrak, kon ik grootendeels door autopsie, anderendeels door

1) O. a. te Stuttgart en Schleiszheim. Onwillekeurig denkt men hierbij aan van EfTen's woorden (Spectator CCLXVII Verloog). „Wil men zig naar de naamen richten, een Craasbeek, een Spreeuw staan voor Brouwer of Douw geboekt."

2) Vgl. O. H. XVII 228.

3) Nog onlangs, op de veiling Chatelard, Parijs 26 Maart 4900.

4) Zoo bleek de Onthoofding van Johannes den Dooper, door Smith onder no. "137 vermeld, van Hont horst te zijn. (Zie Kramm op Dou). — Sm. no. 75, een Soep etende V r o u w, in deDulwichGallery, is van Brekelenkam. — De Appelschillende Vrouw op de verkooping Schubart te München 1899 is evenmin van Dou. Doch is ze ook niet van Slingelandt. Het stuk heette in 1774 reeds Dou en was toen 1661 gedateerd. (Verk. Frans van de Velde Amst. 7 Sept. 1774 ƒ1555 aan Ploos. 1778 in de Coll. Curland und Sagan. S. Kütner sc. 4778). _ De onechtheid van den Kluizenaar te Budapest is aangetoond door Dr. Th. von Frimmel, Kleine Gallerie-Studiën II Lief. 1892 S. 159. — Burger toonde de onechtheid van een Kluizenaar inde Galerie Arenberg aan. (Gal. Arenb. p. 130.) — Over een aan Dou toegeschreven Aanbidding der W ij z e n op de verk. Coll. Hollender 1888, zie Bode in Journal des Beaux Arts 15 févr. 1885. — Over de Bellenblazende Kinderen te Innsbrück, die van Naiveu zijn, zie O. H. XV. 214. Een Exterior withfiguresop Hampton Court is van de Poorter, een Mansportret in de Galerie Liechtenstein te Weenen, dat valsch gemerkt is, is evenmin van Don. Van Dou's hand zijn geen etsen of gravures bekend: de prenten, die Kramm vermeldt, zijn, zooals de heer van der Keilen mij mededeelt, van Pieter de Grebber; — enz. enz.