is toegevoegd aan uw favorieten.

Over scleritis, naar aanleiding van twee gevallen van cyclo-scleritis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

visus «/«o, wordt patientje 20 April '99 weer opgenomen en vertoont nu rechts een randsyncchia en resten van een membraan in het pupilvlak, T—2, visus 2/60. De projectie is naar alle zijden goed.

In den horizontalen meridiaan temporaal is een circumscripte roodheid in de conjunctiva, die daar verdikt is boven een knobbel in de sclera. Boven dit plekje bestaat een kleinere knobbel waar de sclera blauwachtig is.

De injectie en pijnlijkheid nemen toe, welke laatste na applicatie van verband wat vermindert. De knobbel wordt grooter, de top wordt geleiachtig; de cornea wurdt aan die zijde (temporaal) troebel; er groeien vaten ir.. De iris-onderhelft vertoont een klein roodachtig gekleurd tuberkeltje. Visus 3/:10n T- 3. Er wordt geen neerslag op de m. Descemeti gezien.

7 Mei. 't Proces breidt zich kennelijk in de diepte der cornea uit. Een paar dagen later vindt men het aantal knobbeltjes in de iris toegenomen, de afmetingen van den scleralen knobbel zijn onveranderd ; er is wat meer injectie. Het oog blijft zeer pijnlijk, is zeer slap en indrukken van de mM. recti op de sclera, wijzende op naderende atrophie, worden waargenomen. Het oog wordt gcenucleëerd.

Stukjes van den grooten knobbel worden gebracht in de voorste oogkamer van een konijn, dat echter ook na eenige maanden geen reactie vertoont. — 't Verkregen praeparaat wordt in Müller's vocht, daarna in alcohol van verschillende concentratie gehard en dan deels in celloidine, deels in paraffine ingesloten.

't Linker oog was bij de 2e opname (20 April '99) volkomen rustig, er bestonden synechiae posteriores, de visus was onveranderd. 7 April 1900 werd geconstateerd, dat het eenige dagen rood was, zonder lichtschuwheid of pijnlijkheid.

Nasaal beneden waren een paar knobbeltjes, die op het eerste gezicht den indruk gaven van phlyctaenen, doch niet ulcereerden en blijkbaar in de episclera of sclera lagen; in de cornea fijne maculae en enkele promineerende kleine knobbeltjes, waarheen vaten groeiden; de iris met fijne puntjes aan den pupilrand, met normale kleur en reactie. Fundus normaal.

De knobbeltjes werden met de lans van de sclera, waaraan ze vast bleken te zitten en van de cornea, afgestoken of afgekrabd, waarna het oog rustig werd.