is toegevoegd aan uw favorieten.

Over scleritis, naar aanleiding van twee gevallen van cyclo-scleritis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19 April kwam mediaal en boven weer een kleine zwelling, die spoedig terug ging. Onlangs, Octobcr 1900. zagen wij het oog weer rustig en met visus

Het bij de enucleatie verkregen object werd gedeeltelijk reeds na korten tijd in celloidine ingesloten.

Het makroscop. uiterlijk van het celloiditiepracparaat had de volgende afwijkingen: verdikking van de sclera ter hoogte van 't corpus ciliare en van 't corpus ciliare zelf, verbreeding van de chorioidea over hare geheele breedte, ad maxim. 1,02 mM, van voren naar achter tamelijk regelmatig afnemend. De ruimte in de chorioidea moet in vivo hoofdzakelijk door een sereuze vloeistof gevuld geweest zijn, die nu door celloidine vervangen is.

Het resultaat van het mikroscopisch onderzoek blijkt uit de beschrijving van de in Fig. 2 en 3 afgebeelde praeparaten.

De cornea is in 't centrale gedeelte intact, alleen ontbreken op enkele plaatsen de oppervlakkigste epitheellagen.

De diktedoorsnede neemt lateraalwaarts toe, waar zij het dubbele van

de centrale dikte bereikt.

De m. Descemeti met het endotheel is in haar geheel bewaard, hier en daar met een dun laagje gestold kamervocht bedekt Beiderzijds ziet men tusschen de aan de sclera grenzende corneaallamellen infiltratie van leukocytcn onder de naburige conjunctiva. De cellen liggen in reeksen die de richting der lamellen bebben. Vervolgens ziet ^ men in d!t deel enkele vaatdoorsneden met licht geinfiltreerde omgeving. De inhoud der vaatjes bestaat uit roode bloedlichaampjes, die deze vaatjes geheel opvullen, benevens opmerkelijk veel wandstandige multi-

en mononucleaire leukocyten.

Onder de conjunctiva op de corneo-scleraalgrens bestaat een sterke infiltratie, welke zich onder de conj. sclerae voortzet en evenals deze door losmazig niet geinfiltreerd bindweefsel gescheiden is van een daar aanwezige subconjunctivaal knobbeltje dat 0.7 mM. diameter

heeft (Fig. 2, T,).

Een dergelijk knobbeltje bevindt zich, uitgegroeid in 't lumen van een vat, op 't midden van de corneo-scleraalgrens (T,); verder in de processus ciliares aan den iriswortel (T,), en ten slotte een in de iris zelf aan