is toegevoegd aan uw favorieten.

Over scleritis, naar aanleiding van twee gevallen van cyclo-scleritis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prominentie, de episclera zeer verdikt, tot i7émM. ten gevolge van oedema en vaatectasie. I Iet aantal bindweefselkernen schijnt verminderd. De geheele episclera is matig met cellen geïnfiltreerd, dichter om de cornea over een 2 mM. breeden zoom die peripheer scherp eindigt, (terwijl de uitwendig zichtbare zoom 6 mM. breed was), en gemengd met talrijke elastische vezels, en eveneens dichte infiltratie in de diepste lagen vlak op de sclera, waar men ze streepsgewijs ziet. Men ziet aan de oppervlakte onder 't epitheel minder ectatische lymphvaten dan in 't vorige geval. In de oppervlakkigste hoornvlies lagen vindt men hier en daai ö

colloïde massa's.

De onderliggende sclera is verdund, \ ormt een intercalair staphyloom en vertoont ontstekingachtige en degeneratieve veranderingen, welke laatste gevolgen zijn van 't glaucomateuse proces.

De oppervlakkige scleralagen zijn zeer dicht geïnfiltreerd, waardoor de bundels gedeeltelijk gemaskeerd zijn, de cellen zijn meestal éénkernig, soms 3 4 kernig.

De middelste lagen zijn oedemateus, met zichtbare veranderingen der bundels, die gezwollen zijn en verbreed, met korreligen inhoud en omgeven door sterk o-etino-eerde kernachtige elementen.

o o <->

De diepste lagen hebben aan de ontsteking bijna niet deelgenomen. Waar de sclera zonder ontsteking is ziet men de reeds vermelde degeneratieve veranderingen.

Het corpus ciliare is zeer licht geïnfiltreerd, de chorioidea en de retina atrophisch. —