is toegevoegd aan uw favorieten.

Over scleritis, naar aanleiding van twee gevallen van cyclo-scleritis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij hen respectievelijk op beide en op één oog opgetreden.

Bij den eerstgenoemde der drie patienten was een stukje van 't verdikte weefsel geëxcideerd. ()nder t vrij normaal gebleven epitheel zag men kleincellige woekering waarin mono- en polynucleaire leukocyten en reuzencellen benevens een fijnkorrelige troebeling als in het geval van Schirmer, die op de minder geïnfiltreerde plaatsen duidelijk waarneembaar is.

Wegens de groote pijnlijkheid werd het rechter oog geënucleëerd.

t Typische van deze gevallen is i° geleiachtige infiltratie van den scleraalzoom, eigenaardig gelocaliseerd, zich met zijn maximum in de corneo-scleraalgrens, in het hoornvlies en anderzijds in de sclera uitbreidend; het proces is scherp tegen de gezonde cornea begrensd, terwijl de overgang van 't zieke tot t gezonde in de sclera geleidelijk is.

De infiltratie schrijdt in de cornea zelf voort, waar door deze voor een steeds grooter deel haar doorzichtigheid verliest.

De bulbus was in formol en alcohol gehard. Eene horizontale coupe beneden den n. opticus gaf het volgende beeld: de lens is in de voorste oogkamer geluxeerd, de iris ligt tegen de achterste lensvlakte, retina en chorioidea beiderzijds door eene geelachtige exsudaatmassa van de sclera los, tusschen retina en chorioidea op verscheidene plaatsen eveneens een exsudaat; het glaslichaam is sterk geschrompeld.

Bij histologisch onderzoek blijkt: