is toegevoegd aan je favorieten.

Over scleritis, naar aanleiding van twee gevallen van cyclo-scleritis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Rechter oog vertoont sterke perieorneale injectie terwijl vrij sterke lichtschuwheid en geringe pijnlijkheid bestaat; aan de mediale zijde een groote scleritische knobbel, waarin duidelijk eenige gele korrels te zien zijn. De cornea in haar geheel is licht troebel; aan den bovenrand mediaal is een sterker troebeling die een nog hoogeren graad verkrijgt in 't midden. De troebele plek is schijfvormig met een wit centrum. Eenige vaten trekken door de diepere lagen der cornea.

Synechiëen zijn aan geen der zijden aangetroften evenmin als andere verschijnselen van iiitis of cyclitis. Behandeling is een antiluetische, locaal atropine. 4 November is alles betrekkelijk rustig; de visus R o. 7,;0 L. o. 7s ruim en na correctie met + 3 ongeveer 1 v

14 November komt echter weer eene prominentie in de sclera neuswaarts en beneden de vorige; zij neemt in grootte toe en is

18 November verdwenen, maar een nieuwe knobbel ontstaat onder de vorige die na 5 dagen verdwenen is; nu wordt beneden nasaal eene gelijkmatige zwelling geconstateerd en verhoogde lichtschuwheid waargenomen.

Daar onder de toegediende smeerkuur ondanks bedriegelijke teekens van schijnbare verbetering telkens nieuwe knobbeltjes waren ontstaan, laat men nu iodet. kalic. gebruiken in opstijgende dosis tot 2'/, gram d.d. De verschijnselen van injectie en lichtschuwheid nemen daarna af en de toestand verbetert langzaam, doch regelmatig.

Men verkrijgt thans (13 December) met + 2 vis '/4 ruim.

Patiente wordt 22 December met de oogen in rustigen toestand, ontslagen met den raad langzaam aan de iod. kalic. te verminderen.

Zij vertoont zich weer 2 Maart 11)01 en heeft intusschen nog tweemaal een kort recidief gehad; de oogen zijn thans rustig, vertoonen veel maculae die geen onregelmatig astigmatisme maken en dus ondanks hunne uitbreiding een vrij hoogen visus toelaten.

Visus R. o. V, L. o. V« Refractie met glazen R. o. As M. 2 1). L. o. H. 4 D.

Op 17 Juni 1901 was alles in denzelfden toestand -ebleven.

Bij deze patiente had zich derhalve alleen eene diepe keratitis op beide oogen aan de scleiitis aangesloten, terwijl de iris steeds normaal gebleven was.