is toegevoegd aan uw favorieten.

Over scleritis, naar aanleiding van twee gevallen van cyclo-scleritis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pericorneale injectie, dc cornea zeer licht troebel, de iris een weinig verkleurd, synechiae posteriores. De fundus is wazig te zien.

Refractie R. o. E. L. o. As m 3 D. Hor. (met glazen bepaald) Visus R. o. L. o. en na corr. R. o. '/3 zwak.

Den llen Juli onder behandeling gekomen, heeft ze 10 dagen later een geheel typischen dikken scleritischen knobbel aan dc bovenkant. We hebben dus sclcritis met uveïtis gecompliceerd. Na een week is de knobbel kleiner geworden, toch bestaat nog vrij intensieve pericorneale injectie, eindelijk na 10 dagen vindt men de prominentie geresorbeerd met achterlating van een blauwe plek.

Het duurt niet lang of een nieuwe knobbel treedt met vrij veel pijn op, links, aan de bovenzijde (na 8 weken), om te worden geresorbeerd en plaats te maken voor een volgende aan den neuskant. (27.9.) Thans ziet men een aanduiding van hypopyon. Geringe pijnlijkheid.

De tot nu toe voorgeschreven acid. salie, door I. K. vervangen.

Den 8en October zijn de knobbels verdwenen, blauwe verkleuring achterlatende. Het oog blijft thans rustig, vertoont na ecnigc dagen weer lichte roodheid maar blijft eindelijk rustig.

Hier wijst het pigment der lenskapsel op een kortstondige uveale complicatie, doch schijnt overigens na 8 jaren het inwendige van het oog niet geleden te hebben.

Als tegenhanger ten slotte het volgende geval, dat daarentegen met een zeer ernstige uveale complicatie gepaard ging:

Elisabeth M. (Hist. M. No. 115, 1898) 51 jaar, is langen tijd lijdend geweest aan den neus en daarvoor met cautcrisatie behandeld. Daarna is de oogziekte ontstaan, waaraan ze sedert een jaar lijdt en onder specialistische behandeling is geweest, die geen invloed op den fatalen gang der ziekte uitoefende. Ook in het Hinnen-Gasthuis is therapie volkomen onmachtig gebleken. Bij haar opname, den 16 Mei 1898 vertoonde zij aan beide oogen rondom de corneae 't meest