is toegevoegd aan uw favorieten.

Technische wenken voor den boekdrukker

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opvullen niet gesmolten lood.

Om met gesmolten lood openingen in het zetsel op te vullen, behoeft men geen stereotypie-apparaat te bezitten. Men kan het lood smelten in een ijzeren lepel boven een spiritusvlam. De gesmolten massa moet zoo heet zijn, dat een stukje papier, hetwelk men er in steekt, niet brandt, maar even gebruind wordt. Verbrandt het papier, zoo is de massa te heet en zou de letters of het andere materiaal kunnen aantasten.

Het is een zeer gemakkelijke methode, welke in het geheel geen gevaar oplevert bij een eenigszins voorzichtige behandeling.

Overbodige lijntjes.

Niet zelden ziet men aan het einde eener pagina, waarop een inleiding of voorwoord staat, onderteekend met den naam des schrijvers, nog een lijntje om de bladzijde af te sluiten. Dit lijntje is o. i. overbodig, liet is daar volstrekt niet op zijn plaats. De onderteekening van den schrijver sluit de pagina voldoende af, zoodat men geen verdere afscheiding behoeft te maken.

Het onderstrepen van woorden.

Men onderstreept een woord, om het beter te voorschijn te laten treden.

Nu moet de zetter steeds voorzichtig zijn met de keuze der lijnen. Een magere lettersoort te onderstrepen met een dikke lijn of omgekeerd is onzin. Men moet de lijn kiezen naar de dikte der letter. De lijn, welke bij de meeste typen past is zeer zeker de halfvette.