is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der stereometrie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. de som der hoeken grooter dan i8o° en kleiner dan 3 x i8o°; [ 25. ó]

3. de som van twee zijden grooter dan de derde; [§ 24. a]

4. de som van twee hoeken kleiner dan de derde hoek vermeerderd met 1800. [§ 25. a]

BEPALING. Het verschil, dat men verkrijgt, als men de som der hoeken van een boldrieh. vermindert met 180°, heet spherisch exces.

$ 68. Evenals bij een drievlh. een pooldrievlh. behoort, spreekt men ook van den pooldriehoek, die bij een boldriehoek behoort. Zij (fig. 82 en 83) ABC de boldriehoek en TABC de daarbij be-

Fig. 82. Fig. *3.

hoorende drievlh., dan zal, zoo men door T eene loodlijn op 't vlak A TB opricht, die loodlijn 't oppervlak van den bol snijden in de pool C van de zijde AB. [§6i.t'J Want C is dat uiteinde der middellijn loodrecht op 't vlak ATB, dat aan de linkerhand ligt, als de boog AB wordt doorloopen in de richting van A naar B.

Op dezelfde wijze vindt men de polen A' en B' van de zijden BC en CA.

De drievlh. TA'B'C' is dus de pooldrievlh. van den drievlh. TABC.

BEPALING. De boldriehoek, die behoort bij den pooldrievlh. van een geg. drievlh., heet de pooldriehoek van den boldriehoek, die bij den gegeven drievlh. behoort. De pooldrieh. van een boldrieh. heeft dus tot hoekpunten de polen van de zijden van den laatsten.

Uit de eigenschap, die aangeeft op welke wijze de elementen

T