is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebouw opdoemen. Op dat gezicht klopte 't hart van de arme soldaten van vreugde. Geen schipbreukeling kon meer verheugd zijn bij 't ontdekken van een redding gevend eiland, dïin deze zwervers bij 't zien van dat gebouw, dat een onderkomen voor den nacht en zeker ook voedsel zou bieden. Daarheen 1 — Binnen een uur stonden ze voor t huis, dat blijkbaar nog niet geplunderd was: de hoofdmacht van 't terugtrekkende leger was hier niet voorbijgegaan ; die zocht meer naar t zuiden den kortsten weg: rechtuit-rechtaan, terwijl Hun luitenant het verstandiger had gevonden meer noordwaarts af te wijken.

«Die luitenant,» zoo brak dokter Pontier zijn verhaal af, «die luitenant, dat is dezelfde, die met Geert meegekomen is in Delfzijl en nu als adjudant aan Maufroi, den kommandant van onze vesting is toegevoegd. Hij is nu ook bij Jantje van Dijk ingekwartierd ; Monthu is zijn naam. Een flinke vent, al

is 't een Franschman.»

Door meer naar 't noorden en dus van de hoofdmacht af te gaan, was 't gevaar om met den vijand in aanraking te komen, wel grooter; doch ze hadden toch meer kans hier den noodigen lijftocht te zullen vinden dan op wegen, waarlangs reeds eenmaal troepen waren getrokken. Tot nog toe hadden ze bij het gebrek, dat ze geleden hadden, niet veel kunnen merken van overvloed van voedsel op hun

weo" ■ doch nu scheen het dan toch, of t Beloofde

ö '

Land vóór hen lag.