is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoenmaker uit de Waterstraat van krijgsmakkers vrienden waren geworden door gemeenschappelijk lijden.

«'k Geloof, dat ik een middel weet,» kwam Geert eindelijk: «als dokter Pontier morgen eens naar Farmsum moest en de boodschap wilde overbrengen, dan waren we geholpen.» Want de dokter, dat wist Geert, bracht nog steeds zijn bezoeken aan de patienten in den omtrek, en had als heel- en vroedmeester een doorloopenden pas ontvangen.

Er was geen tijd te verliezen: den volgenden dag reeds kon Charette het op den molen, waar verscheiden ossen gemest werden, gemunt hebben, en Geert stond 's morgens klokke zes al op de stoep bij den dokter. Deze was reeds op, maar natuurlijk nog niet uitgegaan, en hij was dadelijk bereid de boodschap op zich te nemen: hij moest toch bij Weering achter in Farmsum zijn.

Een paar uur later zagen de bewoners van de Landstraat hem reeds uitgaan, als gewoonlijk gewapend met zijn langen wandelstok en als gewoonlijk vergezeld van zijn Does. Zonder noemenswaardig oponthoud kwam hij buiten de poort en bezocht zijn zieken.

Overal, waar hij kwam, werd hij bestormd met vragen over den toestand in Delfzijl, en werd zijn meening gevraagd over de gevolgen van een mogelijk langdurig beleg. Hij suste hen, die al te luidruchtig waren in het verwenschen der Franschen en sprak