is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buik van hun paarden, die door anderen bij de teugels werden geleid.

«Die drie zijn kozakken,» legde Wasi uit, «en die twee: Pruisen.»

«En die, daar achteraan, dat is Klaas Weering uit Farmsum,» viel Jan in, «waarom zouden ze dien te pakken hebben?»

Er was geen tijd om daar verder over te denken of te spreken; want iets anders trok nu weer hun volle aandacht: de achterhoede, bestaande uit twee ruiters, die hun paarden voor een boerenchais hadden gespannen en dit rijtuig aldus meevoerden.

«Een gewonde zeker,» meende Karei, zooals we weten de zoon van chirurgijn Boomhoff, «dan moet mijn vader er bij te pas komen en hoor ik er wel meer van.»

Een daverend gelach van de jongens naast hem volgde op die woorden; want juist bleef de chais tengevolge van een opstopping in het voorste gedeelte van den trein even stil staan en — «knor! knor'» hoorde men onder het vastgehaakte schootkleed van 't rijtuig, waarin geen mensch te zien was.

«Een zwijn! een zwijn! ha, die is goed!» zoo werd er geroepen. «Ja, daar moet jouw vader aan te pas komen: chirurgijn Boomhoff een slachter, zijn zoon zegt het zelf!»

Karei koos de wijste partij en lachte mee. 't Was dan ook werkelijk grappig: een levend varken in een chais! in plaats van een gewonde en zijn ver-