is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mag jij. Zoo lang de korte stok echter nog niet stil ligt, tracht ik hem verder vin mij af te slaan ... Zóó! zie je?» En door een schijnbeweging van Piet Vos misleid, sloeg Karei een gat in de lucht, terwijl Piet op hetzelfde oogenblik den korten stok vooruit wierp tot vlak bij den klomp van Karei.

«Af!» klonk het uit vier keelen, gevolgd door een meerstemmig: «Nu Wasi.»

Deze bleek een goede leerling en «tiebel» en «raak-'em» gingen hem vrij goed af. Hij maakte er bij «tiebel» drie en bij «raak-'em», toen hij den korten stok bij het teruggooien door de tegenpartij zijwaarts sloeg, nog drie.

«Dat is er al elf!» riep Jan, «maar nu komt snoeier, dat is 't moeilijkste, Wasi. — Zeg, jongens, mag ik hem dat voordoen?»

De jongens vonden dit goed natuurlijk, en Jan nam beide stokken in de rechterhand, eerst den langen bij het uiteinde in de volle vuist en daarna den korten ook bij 't eind losjes tusschen duim en vinger, zoodat deze recht naar beneden hing.

«Nu hef ik mijn hand met de stokken vlug op,» legde Jan uit, «zóó! Boven laat ik dan den korten los; die valt dan natuurlijk; maar vóór hij beneden is, probeer ik hem met den langen stok een slag te geven van wat ben je me. Ik maak dan een bew e ging, alsof ik vlug een dikken tak wil snoeien, zie je? En daarom heet het «snoeier». Pas maar eens op...»