is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVI. Nieuwjaarsmorgen.

i Januari 1814. «Veel geluk en zegen in 't nieuwe jaar!»

Deze wensch, hij bleef niet achterwege, waar familieleden elkaar goeden morgen wenschten, of buren en vrienden elkaar spraken in den loop van den dag. Maar toch: hoe anders klonken die woorden dan soms in andere jaren' Men miste die hartelijkheid in den toon, die het plichtmatige van den wensch doet vergeten.

Juffrouw Pontier herinnerde zich levendig, hoe op vorige nieuwjaarsmorgens reeds om acht uur de dienstboden binnen kwamen in de woonkamer. Voor den koetsier en den bediende in de apotheek lagen lange Goudsche pijpen klaar, en de ouderwetsche zilveren kom, die anders het heele jaar door bij haar gouden en zilveren sieraden in de linnenkast stond, pronkte blinkend opgepoetst op de tafel, gevuld met brandewijn met rozijnen en suiker. Nadat dan over en weer de zegenwenschen gewisseld waren en de mannen hun pijpen gestopt hadden, werd een