is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jantje niet en te middernacht had ze het schieten ter eere van 't nieuwe jaar gehoord. Zelfs het knappen der kettingen en het dichtflappen der sluisdeuren was tot haar doorgedrongen.

«Hoor! Kanonschoten!» had ze nog aan Geert geroepen; doch deze had het niet gehoord, had al geslapen.

Na enkele uren dommelens was ze maar opgestaan, omdat toch ook Monthu vroeg gewekt moest worden: die zou met 't begin van 't nieuwe jaar weer in dienst treden. En nu bij het aanbreken van den dag zat ze achter haar koffiepotje, gevuld met een aftreksel van cichoreipoeder (koffie was er in heel Delfzijl voor geen goud meer te koop) overdenkend, hoe ze op andere nieuwjaarsmorgens haar gezin wel had afgewacht, toen haar man nog leefde, toen Anna nog thuis was. Wittebrooden van wel anderhalf el lang en «krentestoeten» van een gulden per stuk wachtten op het mes, en ieder at dien morgen zooveel hij lustte; roggebrood, 't gewone ontbijt van andere morgens, kwam dien dag niet op tafel. En nu? Was er maar roggebrood! Zelfs voor Monthu had ze het niet meer kunnen krijgen en deze ontving in den laatsten tijd het eten uit de officierskeuken in de kazerne. Neen, wat haar inkwartiering betrof, had ze geen reden tot klagen; dan was het bij anderen heel wat erger! Mijnheer Monthu was nooit veeleischend geweest, vond alles goed, en hij had zelfs gemaakt, dat de onderofficier, dien ze