is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dokter kreeg ook hem nu in 't oog, gaf hem een hand en klopte hem vriendelijk op den schouder. Nu begon het kind echter in een hartstochtelijk snikken uit te barsten, dat de dokter niet begreep en waarvoor hij geen troostwoorden wist te vinden. Maar zijn vrouw raadde als bij ingeving de oorzaak van zijn groot verdriet, stond op en sloot hem moederlijk in de armen, streelende zijn haren alsof hij haar eigen jongetje was.

Zijn snikken bedaarde nu en Jan, een beetje jaloersch misschien, kwam: «Kom, Wasi, willen we "tgauw aan Geert vertellen?»

Wasi vond het goed, veegde zijn oogen af en na het kopje uitgedronken te hebben, dat de juffrouw hem in haar blijdschap en medelijden vol melk had geschonken, zocht hij zijn pet. Maar nu bedacht Jan zich. «Ik moet 't ook hooren, als vader vertelt,» zei hij, «en kan toch eigenlijk niet mee gaan.»

Zijn vriendje ging dus alleen. «Kom je morgen terug?» riep Jan hem nog na.

Wasi beloofde het en zijn stem klonk zoo vroolijk, alsof hij 't was, die zijn vader terug gekregen had.

Opgeruimd draafde hij langs de straat tot hij thuis was en vertelde Geert het blijde nieuws. Deze was daarover echter niet in die mate verheugd als Wasi verwacht had; Geert was niet in een stemming om de rechte blijdschap te gevoelen. Enkele oogenblikken te voren had hij n.1. van Monthu slecht nieuws vernomen omtrent zijn zuster. Monthu had er Pieter

IO